Uit een analyse van de sociale balansen blijkt dat bedrijven in 2009 1,55 procent van hun loonmassa aan opleiding (formeel en informeel) besteedden. In 2010 was dat licht gestegen tot 1,62 procent. In de 10.000 bedrijven werken bijna één miljoen werknemers.
In het IPA 2007-2008 spraken de sociale partners af dat 1,9 procent van de loonmassa in de privésector naar opleiding moet gaan. Op enkele uitzonderingen na (chemie, technologie, gespecialiseerde sectoren …) halen de meeste sectoren de norm niet, zo blijkt uit de analyse van D&B.
Onderschatting
“We investeren 1,84 procent van de loonmassa in opleiding”, reageert werkgeversorganisatie VBO en verwijst naar het laatste verslag van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB). De cijfers zijn een onderschatting, omdat ze onder andere geen rekening houden met de bijdragen die ondernemingen aan het fonds betaald educatief verlof en aan de sectorale opleidingsfondsen betalen, maar die niet werden geregistreerd in de sociale balans. Bovendien wordt de doelstelling van 1,9 procent berekend op basis van Europese cijfers die enkel betrekking hebben op bedrijven met meer dan tien werknemers.
Het VBO benadrukt bovendien dat het op het vlak van opleidingen niet enkel om kosten draait. Ook de kwaliteit is belangrijk. Uit het CRB-rapport blijkt dat zowel inzake de participatiegraad (d.w.z. het relatief aantal werknemers dat van een opleiding geniet) als het aantal opleidingsuren per deelnemer ons land meestal beter scoort dan onze drie buurlanden (Duitsland, Frankrijk en Nederland).
Ook ondernemersorganisatie Unizo nuanceert de cijfers en ontkent de beweringen al zouden kmo’s besparen op opleidingen. “Die vormingen gebeuren, maar worden in kmo’s vaak gewoon niet bijgehouden via bijvoorbeeld de sociale balans.”
De ondernemersorganisatie benadrukt dat kmo’s on-the-job learning en specifieke opleidingen nog steeds als essentieel zien, niet in het minst in tijden van krapte op de arbeidsmarkt. Wel ontkent Unizo niet dat vormingen niet de meest evidente uitgavenpost zijn: “Elke euro kan maar één keer worden uitgegeven: met dergelijke hoge loonkosten is er geen ruime speling. Vormingen moeten efficiënt en doelgericht zijn.” De ondernemersorganisatie benadrukt wel nadrukkelijk het belang van vorming, binnen de kmo en op de werkvloer.
Bron: De Standaard/VBO/Unizo