Er zijn vandaag 3,8 procent méér Belgen aan het werk dan voor corona. De gestage groei van de afgelopen jaren is sinds 2023 evenwel gestabiliseerd.
Al snel na de coronacrisis van 2020 begon de algemene tewerkstelling zich in 2021 te herpakken. Die positieve groei is zich blijven doorzetten. Door werkgevers meerdere jaren te volgen, kan Acerta een gestage groei vaststellen van 3,8 procent tegenover 2019. De afgelopen twaalf maanden, van juni 2022 tot juni 2023, bleef de algemene tewerkstelling nagenoeg gelijk. De groei is dus gestabiliseerd.
“Waarschijnlijk is het de combinatie van de Arbeidsdeal, initiatieven rond re-integratie van (langdurig) zieken, de opvolging van inactieven door de VDAB, aandacht voor welzijn op het werk en de initiatieven die het haalbaar moeten maken voor mensen om langer aan het werk te blijven … die hun vruchten beginnen af te werpen”, zegt Annelies Baelus, director bij Acerta Consult.
Verschil tussen sectoren
Vooral e groot- en kleinhandel (+12,6 procent), logistiek en transport (+11,8 procent) en de horeca (+11,1 procent) noteren de grootste tewerkstellingsgroei. In de horeca was dat weliswaar nadat die sector het zwaarst onder de pandemie te lijden had gehad. Voor 2023 versus 2022 zien we vooral stabiliteit. Achterblijver is voorlopig de metaal- en maakindustrie, die blijft hangen op -26,8 procent van de tewerkstelling in 2019.
“De metaalsector verwerkt de inslagen van meer dan één crisis nog: corona, de energiecrisis, de oorlog in Oekraïne, de prijsstijgingen en toeleveringsproblemen van grondstoffen,… Telkens opnieuw werd de metaal- en maakindustrie geraakt. Het is niet onlogisch dat die tegenslagen zichtbaar zijn in het tewerkstellingspercentage in die sector”, verklaart Baelus.