Redactie
Meer dan een kwart van de twintigers (27 procent) heeft zich niet vrij gevoeld in hun beroepskeuze. Maatschappelijke status, perceptie van diploma’s en familiale druk duwen de jongste generatie massaal richting theoretische paden. Dat blijkt uit een nieuwe, grootschalige studie van HR-dienstverlener Randstad bij meer dan 3.000 actieve Belgen. Het onderzoek brengt de verschillende mechanismen en invloeden in kaart die onze studie- en carrièrekeuzes bepalen. In totaal werkt een kwart van de Belgische beroepsbevolking (25 procent) momenteel in een functie die niet hun werkelijke voorkeur geniet.
Het onderzoek legt een aanzienlijke kloof bloot tussen de feitelijke en gewenste loopbaan: gemiddeld is 20 procent van de actieve Belgen ontevreden over het huidige beroep en zou maar liefst 39 procent meteen een ander beroep kiezen als ze de kans kregen. In totaal oefent iets meer dan een kwart een beroep uit dat niet hun voorkeur heeft: voor 17 procent is de keuze ingegeven door noodzaak (bijvoorbeeld financiële redenen), terwijl 9 procent het beroep uitoefent omdat het van hen verwacht werd. De mismatch tussen het huidige en het gewenst beroep is niet gelijk verdeeld. De discrepantie is het grootst bij lager opgeleiden en arbeiders. In deze groepen geeft meer dan 1 op de 3 aan dat hun huidige beroep niet hun voorkeur geniet.
De mate van tevredenheid hangt sterk samen met de initiële drijfveer: wie koos vanuit passie, zoals in de IT (89 procent), het onderwijs (85 procent) of de gezondheidszorg (83 procent), rapporteert de hoogste tevredenheid. Bij arbeiders en in sectoren zoals schoonmaak en onderhoud worden keuzes echter veel vaker gestuurd door toeval, praktische combineerbaarheid of financiële noodzaak. Dit resulteert in een veel grotere mismatch: in de schoonmaak- en onderhoudssector oefent 67 procent niet het voorkeursberoep uit, waarvan 48 procent uit pure noodzaak.
Intergenerationele overdracht en genderpatronen
Opvallend is de grote intergenerationele overdracht op de Belgische arbeidsmarkt. Hoewel de algemene scholingsgraad stijgt, blijft de invloed van het ouderlijke diploma een bepalende factor voor de maatschappelijke positie van de volgende generatie. Van de hoger opgeleiden heeft maar liefst 57 procent van de respondenten ouders die ook een hoger diploma hebben, terwijl dit bij lager opgeleiden slechts 18 procent is.
Bovendien werkt maar liefst 26 procent van de actieve beroepsbevolking in dezelfde beroepscategorie als een van hun ouders. Deze trend neemt niet af, maar is juist het sterkst bij de jongste generatie. Bij de twintigers werkt 33 procent in dezelfde sector als hun ouders en geeft 27 procent aan zich niet vrij te hebben gevoeld in hun beroepskeuze.
De keuze volgt bovendien nog steeds opvallend traditionele genderpatronen: mannen spiegelen zich veel vaker aan de carrière van hun vader (63 procent), terwijl vrouwen vaker in de voetsporen van hun moeder treden (49 procent).
‘Achterhaalde logica’
De maatschappelijke voorkeur voor theoretische en universitaire paden vormt een reëel obstakel voor een gezonde arbeidsmarkt. Bijna de helft van de Belgen (49 procent) beschouwt een hogeschooldiploma als minderwaardig aan een universitair diploma en 43 procent ziet een TSO-diploma als kwalitatief lager dan een ASO-diploma.
Zorgwekkend is dat deze hiërarchie het sterkst leeft bij de jongste generaties. Deze perceptie wordt gevoed door het geloof dat theoretische beroepen meer werkzekerheid (48 procent) en een betere financiële status (58 procent) bieden.
Volgens Wim Van der Linden, woordvoerder bij Randstad, is dat echter een misvatting: “Er bestaat in België een breed gedragen consensus dat theoretische beroepen de ‘veilige haven’ vormen, maar die stoelt op een achterhaalde logica. Terwijl we jongeren massaal richting administratieve en cognitieve kantoorbanen pushen, zijn het juist die functies die door de opkomst van AI en automatisering het snelst onder druk komen te staan. De echte, onvervangbare werkzekerheid bevindt zich vandaag in het praktische vakmanschap. Het onderscheid tussen hoofd en handen is niet alleen misleidend, het is economisch blind voor de complexiteit van technische beroepen. We moeten afstappen van de klassieke filter en via skills-based hiring gaan selecteren op feitelijke competenties, reëel vakmanschap en leervermogen. Alleen zo dichten we de skills gap en verhogen we het welzijn van werknemers.”
“Terwijl we jongeren massaal richting administratieve en cognitieve kantoorbanen pushen, zijn het juist die functies die door de opkomst van AI en automatisering het snelst onder druk komen te staan.”
LEES MEER OP HRSQUARE.BE
- Pieter Timmermans: “Gelijk loon voor gelijk werk is prima, maar nieuwe richtlijn is een draak van administratieve complexiteit”
- Kennelijk onredelijk ontslag: het arbeidshof bevestigt de beperkte appreciatiemarge van de rechter in het kader van een reorganisatie
- 1 op de 3 werkende Belgen was het afgelopen jaar met ziekteverlof om mentale gezondheidsredenen
- “Communiceer proactief, voor anderen dat in je plek doen”
- “Vlaamse kmo’s geloven sterk in AI, maar missen richting”