Uit het onderzoek blijkt dat 88 procent van de werknemers jaarlijks wel eens ziek valt en dan toch gaat werken. Slechts vier procent blijft consequent thuis. Ter vergelijking met onze buurlanden: in Nederland bedraagt het percentage zieke werknemers dat consequent thuis blijft 5 procent, in Luxemburg is dat 9 procent.
Opvallend is dat Nederlandse (23 procent) en Luxemburgse (21 procent) werknemers vaker beweren nooit ziek te zijn dan Belgische (12 procent).
Collega’s niet in de steek laten
Zowel in België (65 procent), Nederland (64 procent) als Luxemburg (78 procent) gaan werknemers voornamelijk ziek werken om hun collega’s niet in de steek te laten.
Belgen (31 procent) en Nederlanders (26 procent) gaan vaak ziek naar het werk om geen te grote achterstand op te lopen, terwijl er in Luxemburg eerder gewerkt wordt uit angst om de job te verliezen (24 procent).
De Nederlandse werknemer gaat dan weer vaker (20 procent) dan zijn Belgische (14 procent) en Luxemburgse (7 procent) collega’s ziek werken uit verantwoordelijkheidsgevoel en engagement.
Doktersbriefje heilig
Uit het onderzoek blijkt verder dat een verkoudheid geen reden is om thuis te blijven: 96 procent van de Belgen gaat in dat geval toch werken, naast 95 procent Nederlanders en 88 procent Luxemburgers. Zelfs bij koorts gaan de meeste werknemers uit werken en kijken nadien hoe het evolueert (86 procent in België, 91 procent in Nederland en 85 procent in Luxemburg).
Alleen als men zich echt niet in staat voelt om te werken, blijft de overgrote meerderheid van de werknemers thuis (86 procent in België, 91 procent in Nederland en 87 procent in Luxemburg).
Opmerkelijk is dat Belgen en Luxemburgers het al dan niet thuisblijven dan laten afhangen van het oordeel van de arts, terwijl Nederlandse werknemers vaker hun gezondheidssituatie intuïtief inschatten, wat in dat land leidt tot een grotere ontevredenheid over werkverzuim bij de werkgever. Zo blijven in België en Luxemburg respectievelijk 73 procent en 71 procent van de werknemers alleen thuis wanneer de dokter het zo voorschrijft. In Nederland is dat slechts 47 procent en blijft men dus makkelijker thuis zonder doktersvoorschrift.
Bij ziekte van de kinderen vragen de meeste werknemers in ons land hulp aan familieleden of naaste kennissen worden ingeschakeld (22 procent), gevolgd door het alleen laten thuisblijven van de kinderen, als deze oud genoeg zijn (21 procent), door een beroep te doen op de partner (20 procent) of sociaal verlof te nemen (10 procent). Thuiswerken (6 procent), opvangdiensten van de mutualiteit en dergelijke (4 procent) of het kind toch naar school, kinderdagverblijf of onthaalmoeder sturen (1 procent) zijn duidelijk geen echte opties.
Verzuimbeleid
Voor werkgevers is het vinden van een evenwichtige bedrijfspolitiek op het vlak van ziekteverzuim geen eenvoudige opgave. Bedrijven hebben er enerzijds geen baat bij dat zieke werknemers toch komen werken met besmettingsgevaar en verlaagde productiviteit tot gevolg, maar willen anderzijds onterechte afwezigheid voorkomen.
“Veel bedrijven klagen over ongewenst ziekteverzuim. Dit wordt onder meer beïnvloed door het sociale-zekerheidssysteem, concurrentie onder artsen, individu gerelateerde problemen, arbeidsontevredenheid en het ontbreken van een duidelijk verzuimbeleid in het bedrijf. Het is dus essentieel dat werkgevers aandacht hebben voor de verzuimproblematiek, alle factoren ervan kennen en maatregelen nemen om ongewenst verzuim onder controle te houden”, adviseert Ann Verleye, woordvoerder van Tempo-Team.
“In dit kader is het belangrijk om aandacht te hebben voor het welzijn van de werknemers en hen te stimuleren, zodat ze zich gewaardeerd voelen en geboeid blijven in hun dagelijkse taken”, aldus Verleye.