Het aantal werkenden (loontrekkenden en zelfstandigen) steeg in die tijd van 4,16 miljoen naar 4,54 miljoen. Het aantal banen steeg in elk van de onderzochte jaren, met uitzondering van 2009. In dat crisisjaar was er sprake van een lichte terugval. Maar het jaar erop waren er alweer meer mensen aan het werk dan ooit tevoren. In 2011 steeg het aantal verder.
Dat het toegenomen aantal banen de werkloosheid niet sterker heeft doen dalen, komt doordat in de desbetreffende periode ook de bevolking aanzienlijk is toegenomen. In 2004 had België 10,40 miljoen inwoners, in 2011 waren dat er 10,95 miljoen. Een toename van 550.000 mensen. Anderzijds ligt de werkloosheid, ondanks de stijging in de nasleep van de crisis, nu nog altijd lager dan in 2005.
Een deel van de toename is ook te verklaren door de toename van de deeltijdse arbeid, mede dankzij de populariteit van het tijdskrediet.
Zorg- en dienstensector
In 28 van de 63 sectoren die het INR definieert, daalde het aantal jobs, terwijl iets meer dan de helft van de sectoren bijkomende werkkrachten verwelkomde. In bijna tien jaar tijd kwamen er meer dan 108.000 banen bij in de zorgsector en bij de maatschappelijke dienstverlening.
Ook bij de boekhoud- en adviesbureaus was er een sterke groei (+87.681). Beveiligings- en opsporingsdiensten waren goed voor 73.904 extra tewerkgestelden en ook in het onderwijs nam de tewerkstelling toe (+45.799).
Bij de verliezende sectoren zitten weinig verrassingen: in textiel, autoassemblage, transport, landbouw en post en financiële dienstverlening gingen samen 85.451 jobs verloren. De sector ‘huishoudelijk personeel’ ging er het sterkst achteruit: daar verdwenen bijna 23.000 banen. Dat verlies heeft mogelijk te maken met de opkomst van de dienstencheques. Die jobs vallen onder maatschappelijke dienstverlening.
Bron: De Standaard