Redactie
In het eerste kwartaal van 2026 steeg de tewerkstelling in de private sector met ongeveer 7.400 jobs. De groei is sterker dan in de voorbije twee jaar aan het begin van het jaar, blijkt uit de nieuwe Arbeidsbarometer van SD Worx. Toch is het nog te vroeg om van een structurele kentering te spreken.
“De tewerkstelling in België kent met 7.400 extra jobs in 2026 een veel sterkere start dan de voorbije twee jaren” zegt Bart Pollentier, directeur kenniscentrum bij SD Worx.
Ondanks de toename van het aantal jobs in het eerste kwartaal, blijft de tewerkstelling op jaarbasis dalen, met een verlies van ongeveer 3.000 jobs. In de industrie is er voor het eerst in drie jaar sprake van een stabilisatie. De dienstensector blijft de motor van de jobgroei, met circa 6.000 bijkomende jobs. De stijging doet zich voor in zowel Vlaanderen, Brussel als Wallonië.
Dienstensector als motor
De dienstensector presteert de voorbije jaren relatief sterk en zet die trend begin 2026 verder door. In het eerste kwartaal kwamen er ongeveer 6.000 jobs bij ten opzichte van eind vorig jaar. Annelore Van Hecke, Senior Macro Economist van Ortelius geeft meer detail: “De drie sectoren die in het eerste kwartaal het meest bijkomende jobs creëren zijn gezondheidszorg (+1.300), vervoer en opslag (+1.200) en vrije beroepen en wetenschap (+1.000). De sterkste groei zien we in immobiliën, met +1,4% (300 jobs).”

Op jaarbasis (t.o.v. het eerste kwartaal van 2025) is er een stijging in de diensten met bijna 11.000 jobs. Deze jobgroei is vooral sterk in gezondheidszorg en ondersteunende en overige diensten. Ook cultuur en recreatie, horeca en vervoer en opslag deden het goed. Daartegenover staat een daling van de tewerkstelling in de groot- en detailhandel (min 1.000 jobs) en de communicatie en ICT-sector (min 1.600 jobs).
“De SD Worx Arbeidsbarometer wijst op een eerste tempering van de neerwaartse beweging voor de industrie en bouw. Niettemin blijft het beeld op jaarbasis duidelijk negatief. In vergelijking met het eerste kwartaal van 2025 gingen er in de industrie ongeveer 11.000 jobs verloren en in de bouwsector nog eens 2.700. De recente stabilisatie volstaat dus niet om al van een structurele positieve ommekeer te kunnen spreken”, aldus Bart Pollentier.

“De barometer wijst op een tempering van de neerwaartse beweging voor de industrie en bouw. Toch is het te vroeg om van een structurele ommekeer te kunnen spreken.”
“Nog geen duurzame heropleving”
Macro-econoom Annelore Van Hecke van Ortelius vult aan: “De neerwaartse risico’s zijn recent opnieuw toegenomen. De ontwikkelingen in de Golfregio en de stijgende gas- en olieprijzen dreigen de competitiviteit van de energie-intensieve industrie verder te ondergraven. In België werken hogere energieprijzen bovendien relatief snel door in de loonkosten via de automatische indexering, waardoor de loonkostenhandicap opnieuw kan oplopen. In deze omstandigheden is er nog geen sprake van een structurele duurzame heropleving van de tewerkstelling in de industrie op korte termijn.”
De werkgelegenheid nam in het eerste kwartaal van 2026 toe in alle drie de gewesten. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest was de relatieve groei van de tewerkstelling het sterkst in het eerste kwartaal van 2026. Die prestatie ligt in het verlengde van 2025, toen Brussel het al beter deed op vlak van jobgroei, na een periode van dalingen.
De verschillen tussen de gewesten hangen samen met de economische structuur. Vlaanderen en Wallonië zijn sterker vertegenwoordigd in industrie en exportgerichte activiteiten, die momenteel onder druk staan. Brussel heeft een groter aandeel dienstensectoren, zoals consultancy en financiële dienstverlening, die het op dit moment relatief beter doen.
De Arbeidsbarometer van SD Worx kwam tot stand in samenwerking met Ortelius (een dochteronderneming van Econopolis). De analyse is gebaseerd op de recentste loondata van meer dan 1 miljoen werknemers en 37.000 werkgevers in België. Het is de eerste keer dat SD Worx haar Arbeidsbarometer voor de Belgische markt op kwartaalbasis rapporteert. De bedoeling is om structurele arbeidsmarkttrends in kaart te brengen en economische versnellingen of vertragingen sneller te detecteren.
LEES MEER OP HRSQUARE.BE
- 1 op de 3 bedienden presteert minstens wekelijks overuren
- Werkende Vlaming verdient gemiddeld 2.895 euro netto per maand
- Karel Eeckhout (VIVES): “Clichés over werken voor de overheid gaan allang niet meer op”
- 7 op de 10 werkgevers niet overtuigd dat loontransparantie de loonkloof zal verkleinen
- Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie waarschuwt voor phishing rond uitbetaling vakantiegeld