78 procent van de studenten wil onbeperkt kunnen bijverdienen

Flexibiliteit
Redactie

De nieuwe regels voor studentenarbeid zijn relatief goed bekend bij de doelgroep, maar nog niet volledig duidelijk in alle aspecten. Zo weet 81 procent van de studenten dat ze vanaf 2025 tot 650 uur per jaar mogen werken met een studentencontract. Een uitbreiding die goed ontvangen wordt. Toch vindt een ruime meerderheid dat de wijziging nog niet ver genoeg gaat: 78 procent wil onbeperkt kunnen bijverdienen, blijkt uit de jaarlijkse studentenstudie van HR-dienstverlener Randstad.

De vraag naar ruimere bijverdienmogelijkheden komt niet uit het niets. Studenten zijn vandaag al massaal actief op de arbeidsmarkt. 78 procent van de respondenten werkt als jobstudent tijdens de zomervakantie, een cijfer dat stabiel blijft ten opzichte van vorig jaar, zo blijkt uit de cijfers van Randstad. Tijdens het academiejaar is dat 75 procent, tegenover amper 30 procent in 2004. Deze sterke stijging weerspiegelt de toenemende flexibiliteit in de wetgeving én de structurele vraag naar werkkrachten. Slechts 10 procent van de studenten werkt uitsluitend tijdens de zomermaanden, 6 procent alleen tijdens het schooljaar. 69 procent combineert beide periodes.

Dit alles toont aan dat er een breed gedragen wens leeft om werk en studie nog flexibeler te combineren. Tegelijk is onbeperkt bijverdienen vandaag al mogelijk, maar dan vallen studenten onder het gewone werknemersstatuut en betalen ze volledige sociale bijdragen, wat ook bijdraagt aan de duurzaamheid van het sociale zekerheidsstelsel.

Volgens Wim Van der Linden, woordvoerder bij Randstad, blijft voorzichtigheid geboden: “De verhoging van het studentencontingent naar 650 uur, goed voor zo’n 81 werkdagen, is goed nieuws voor werkgevers in een krappe arbeidsmarkt. Maar het oorspronkelijke kader van 475 uur was al billijk, en RSZ-cijfers tonen aan dat slechts een beperkte groep jongeren, voornamelijk studenten tussen 18 en 23 jaar, richting het maximum gaat. Voor de meeste studenten blijft het aantal gewerkte uren lager. Hoewel de roep om onbeperkt bijverdienen luid klinkt, is verdere uitbreiding zonder verhoogde sociale bijdragen niet wenselijk. De huidige regeling biedt veel ruimte, maar moet wel in balans blijven met de duurzaamheid van het systeem en mag de studieresultaten niet ondermijnen.”

De studie toont ook aan dat er op vlak van informatieverspreiding nog werk aan de winkel is. Meer dan de helft van de studenten is zich niet bewust van de geplande verhoging van het maximumbedrag voor nettobestaansmiddelen naar 12.000 euro. Dit is nochtans een belangrijke wijziging, aangezien het gevolgen heeft voor het fiscaal ten laste blijven van de ouders.

Genderstereotypen

Opvallend is dat arbeider in een productiebedrijf en magazijnier (beide 10 procent) nu de populairste studentenjobs zijn, vóór kassamedewerker (9 procent). Toch blijken studenten niet altijd op zoek naar deze functies; vooral arbeidersjobs zijn minder populair in de zoekvoorkeuren.

Daarnaast blijven er duidelijke verschillen tussen mannen en vrouwen: meisjes werken vaker in de zorg, schoonmaak en als kassamedewerker, terwijl jongens vaker kiezen voor jobs als arbeider of administratief bediende. Zo werkt 13 procent van de meisjes als kassamedewerker (tegenover 5 procent bij jongens), 9 procent als schoonmaker (tegenover 4 procent bij de jongens) en 7 procent in de zorgsector (tegenover 1 procent bij de jongens). Daartegenover staat dat 17 procent van de jongens als arbeider heeft gewerkt (3 procent bij meisjes) en 11 procent als administratief bediende (tegenover 5 procent bij meisjes).

Hoewel de roep om onbeperkt bijverdienen luid klinkt, is verdere uitbreiding zonder verhoogde sociale bijdragen niet wenselijk.”
Wim Van der Linden (Randstad)

“We zien dat genderstereotypen zich ook al manifesteren in studentenjobs. Jongens kiezen vaker voor fysieke of technische functies, terwijl meisjes zich meer terugvinden in zorg, schoonmaak of kassawerk. Dat toont hoe diep rolpatronen verankerd zijn, nog voor de echte loopbaan begint”, zegt Wim Van der Linden. “Studentenarbeid is vaak de eerste werkervaring, en net daarom is het een uitgelezen kans om jongeren aan te moedigen over die grenzen heen te kijken. Niet alleen onderwijs en beleid, maar vooral ouders, familie en vrienden spelen hierin een cruciale rol. Door jongeren actief te stimuleren om buiten klassieke hokjes te denken, vergroten we hun toekomstkansen.”

De klassieke sectoren wat studentenarbeid betreft blijven dominant. Horeca (28 procent), kleinhandel (20 procent) en productiebedrijven (8 procent) voeren de lijst aan, gevolgd door de vrijetijdssector (7 procent) en de overheid (6 procent).

LEES MEER OP HRSQUARE.BE

Senior Accountant

KoWala Productions

Aanmelden

Als lid van HR Square hebt u ook de mogelijkheid de digitale versie alsook de archieven van het tijdschrift te raadplegen via onze website.

Keynote

Eva Geluk

Antwerp Management School

La professeure Eva Geluk est titulaire de la chaire « Mental Health at Work » à l’Antwerp Management School. Elle est une experte très sollicitée dans les domaines du bien-être, de la prévention du burn-out et de la réintégration après une absence de longue durée.

Dans cette intervention, elle aborde en détail le bien-être mental et le rôle souvent négligé des dirigeants dans ce domaine. Comment veiller à ce que les collaborateurs se sentent bien dans leur peau ? Quelles sont les bonnes et les mauvaises pratiques qui renforcent ou, au contraire, sapent le bien-être mental des collaborateurs (et de leurs dirigeants) ? Et quel rôle revient aux responsables des ressources humaines ?

S’appuyant sur un cadre de référence scientifique et de nombreux exemples tirés de la pratique (Eva a interrogé plus de 70 cadres, responsables RH et employés dans le cadre de ses recherches), elle présente à Corporate Wellbeing le meilleur des deux mondes.

Workshop

Loïc Vlassakoudis

Vivalia

Loïc Vlassakoudis est Directeur des Ressources Humaines chez Vivalia, l’organisation intercommunale luxembourgeoise qui regroupe 7 sites hospitaliers, une polyclinique et des différentes maisons de repos. Situé entre le Grand-Duché et la France, et dans un secteur où la guerre des talents fait déjà rage, Loïc va expliquer comment Vivalia parvient néanmoins à attirer et à fidéliser une équipe motivée, pour qui satisfaction au travail et bien-être sont des priorités.

Workshop

Pierre Leman

Cliniques universitaires Saint-Luc

Politique de gestion de l’absentéisme à Saint-Luc face à la nouvelle règlementation

Le secteur des soins de santé est traditionnellement confronté à des taux d’absentéisme élevés, ce qui n’est pas une fatalité ni une réalité au sein des Cliniques universitaires Saint-Luc. Par ailleurs, un ensemble de nouvelles mesures et obligations en la matière sont entrées en vigueur.  Dans ce cadre, un projet pilote a été lancé en 2025 à Saint-Luc afin de mieux gérer l’absentéisme au travers de sa politique « Cultiver le lien » et de ses outils. Fort de son succès, l’hôpital a décidé de déployer sa nouvelle approche à l’échelle de toute l’institution dès 2026.  Dans son keynote,  Pierre Leman, Directeur des Ressources Humaines aux Cliniques universitaires Saint-Luc, présentera en détail cette nouvelle politique de gestion de l’absentéisme.

Ben jij klaar om helemaal mee te zijn in de wereld van HR? HR Square Nieuwsbrief brengt je tweewekelijks een overzicht van de belangrijkste feiten, trends en gebeurtenissen in HR-land.

Bovendien krijg je een handige lijst van must-attend HR-events, zodat je niets hoeft te missen.

Gratis in je mailbox. Het enige wat je hoeft te doen is je registreren!