De aanleiding om deze administratieve belasting in kaart te brengen was de invoering in maart 2008 van de vernieuwde minimale verpleegkundige gegevens. Met deze MVG-registratie dienen ziekenhuizen alle verpleegkundige handelingen te registreren in een centrale database.
De implementatie zorgde voor ongenoegen. Veel liep mis: richtlijnen wijzigden, handboeken klopten niet, Nederlandstalige en Franstalige teksten verschilden, de helpdesk was onbereikbaar enzovoort. Onduidelijk was ook wie voor wat verantwoordelijk was.
De kosten-batenanalyse van de minimale ziekenhuisgegevens (MZG), met onder meer de klinische, verpleegkundige of psychiatrische gegevens, de spoedgevallen- en MUG-registratie, is onthutsend. Voor een representatief staal van elf Vlaamse ziekenhuizen lichtte men de kosten door van het personeel in de registratiecellen en op de diensten. Ook de ICT-, opleidings- en aanpassingskosten werden onderzocht. Om aan alle verplichtingen te voldoen, waren in de elf ziekenhuizen bijna 96 voltijdsequivalenten nodig. De kostprijs bedroeg 6,5 miljoen euro, waarvan de overheid slechts 1,8 miljoen ophoestte.
Een extrapolatie naar heel België leert dat er 800 voltijdsequivalenten nodig zijn om aan de verplichtingen te voldoen. Vermits het enkel over MZG’s gaat, is dit zelfs een onderschatting. Het wegtrekken van zoveel gekwalificeerde verpleegkundigen uit de zorgverlening stelt een scherp ethisch-deontologisch probleem.
Het VVI schuift een projectmatige aanpak naar voren om de administratieve overlast in te dijken, met als hoogste orgaan een registratieraad die boven de diverse administraties, diensten en overheden staat en waakt over de methodiek. Voor de oprichting daarvan is echter een wetgevend initiatief en dus vooral politieke moed nodig.
Informeel vergaderen de acht ziekenhuisorganisaties van België hierover in de loop van februari. Het VVI wil daarbij wel als ‘zweeppartij’ optreden.
Bron: Trends voor Specialisten, VVI