Dat blijkt uit een analyse van zelfstandigenorganisatie NSZ op basis van cijfers van de Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer (CBPL).
Tijdens de eerste tien maanden van 2014 kreeg de CBPL 882 aanvragen van ondernemingen om camera’s te mogen plaatsen op de arbeidsplaats. Dat zijn er, met nog twee maanden te gaan, al 38% meer dan heel vorig jaar. Geëxtrapoleerd naar heel 2014, zou het gaan om 1062 aanvragen en een toename van 65%.
Ook in 2013 kende het aantal aanvragen al een ‘boom’ van 36%. Toen ontving de CBPL 643 aanvragen tegenover 472 in 2012.
NSZ verwijst naar het eenheidsstatuut en de recent verstrengde antipestwet als reden voor de stijgende vraag naar camera’s op de werkvloer. “De werkgever wil zijn personeel niet voortdurend controleren, maar wil wel een soort back-up hebben als bewijs wanneer er iets fout loopt. Camera’s kunnen ook helpen om bepaalde ontslagen te motiveren. Die factor speelt, nu elk ontslag gemotiveerd moet worden, zeker ook mee.”
Maar ook om diefstal door eigen personeel te ontdekken of voorkomen, zijn camera’s een probaat middel. Volgens NSZ is dat trouwens een onderbelicht probleem. Vroeger onderzoek wijst immers uit dat 40% van de diefstallen in een winkel door eigen medewerkers wordt gepleegd.