De totale omzet van bedrijven uit de technologische industrie vermindert in 2003 met ongeveer 4,5%. Ook de werkgelegenheid daalt verder met 5%. Zo kent de technologische industrie in België een derde opeenvolgende jaar van achteruitgang. Qua omzet worden vooral de sectoren automobiel (-9,5%) en metaalproducten (-6,5%) getroffen. De non-ferrobedrijven en machinebouwers houden relatief goed stand (-1% à –2%). Qua werkgelegenheid vallen de grootste klappen bij de producenten van ICT-uitrusting (-10%) en de automobiel (-8%). Machinebouwers (-1%) en non-ferrobedrijven (-1,5%) worden het minst getroffen.
De aanhoudende laagconjunctuur is vooral een gevolg van de stagnatie van de rest van de Europese economie. Er was een duidelijk negatief effect van de sterke euro en ook de Irak-kwestie woog op het vertrouwen. In een dergelijke atmosfeer werden IT-investeringen vaak over een langere periode afgeschreven. Tezelfdertijd ging de reeds vroeger ingezette golf van delocalisatie verder. Na de massaproductie trekken nu ook meer en meer zogenaamde hoogwaardige activiteiten weg uit ons land.
Zorgwekkend is dat ook de gemiddelde rendabiliteit van de technologiebedrijven de voorbije vijf jaar onafgebroken daalde. Een derde van de Agoria-lidbedrijven is momenteel verlieslatend. Een ander derde heeft dan weer een relatief comfortabele rendabiliteit.
Agoria berekende dat bij zijn verlieslatende bedrijven de werkgelegenheid de voorbije vijf jaar daalde met 14%. Ook bedrijven die minder winst maakten moesten 9% van de mensen laten vertrekken. Alleen bij de echt rendabele bedrijven werden bijkomende jobs gecreëerd: +1% bij een relatief comfortabele winst en +4% bij bedrijven die bijzonder goed scoorden.
De rendabiliteit en dus de marge voor werkgelegenheidscreatie verbeteren, kan door de ondernemingskosten te verlagen, onder meer maar niet alleen de sociale lasten.
Agoria schat het banenverlies in 2003 op 15.000 eenheden, waarvan 2500 in de ICT. Dit verlies zal niet gecompenseerd worden door een eventuele heropleving in 2004.