De federatie speelt daarmee in op de evaluatie die sociale partners op dit moment van het pact maken. Normaal moet die tegen 1 oktober 2011 afgerond zijn, maar waarschijnlijk zal de oefening een paar weken meer tijd kosten.
Federgon geeft de onderhandelaars alvast negen tips voor een nieuw Activiteitspact, dat in staat moet zijn om onze arbeidsmarkt wel een ‘boost’ te geven. Algemeen directeur Herwig Muyldermans vindt dat we daarbij vooral onze weerzin voor flexicurity moeten laten varen. Niet het behoud van de huidige job, maar wel de weerbaarheid op de arbeidsmarkt moet daarbij centraal staan. Zo’n soepeler werkende arbeidsmarkt zal uiteindelijk een pak meer mensen aan het werk helpen dan nu het geval is, stipt hij aan.
De private HR-spelers bedelen zichzelf daarbij een sleutelrol toe. Zo willen ze een grotere rol spelen in de arbeidsbemiddeling, ook voor de ‘moeilijkere’ groepen op de arbeidsmarkt. Dat kan gekoppeld worden aan een premiesysteem dat goede resultaten beloont.
Outplacement
De federatie pleit ook voor een veralgemeende toepassing van outplacement bij ontslag en het opheffen van alle belemmeringen voor uitzendarbeid. Het te rigide opleidingssysteem moet meer inspelen op de behoeftes van bedrijven en werkzoekenden. Iedere werknemer moet minstens één keer om de tien jaar een beroep kunnen doen op loopbaanbegeleiding.
Een statuut gebaseerd op dat van de studentenarbeid moet het ook voor gepensioneerden interessanter maken om beperkt te blijven doorwerken.
Maar die specifieke maatregelen zullen enkel effect hebben binnen een structurele hervorming die werken aantrekkelijker maakt en een vervroegde uitstap ontmoedigt.
Federgon sluit zich aan bij de pleidooien om onze opzegvergoedingen om te vormen tot een ‘rugzakjessysteem’, met vergoedingen die maand per maand uitbetaald worden en meer gericht worden op het vinden van een nieuwe job. “Systemen zoals het brugpensioen moeten uitdoven. In afwachting kan er al over gewaakt worden dat de uitstoot bij herstructureringen meer evenwichtig gespreid wordt over de leeftijdsgroepen”, zegt economisch directeur Paul Verschueren.
Bron: De Tijd