Het Vlaams Gewest heeft haar regelgevend kader inzake arbeidsmigratie voor derdelanders aangepast. Deze wijzigingen zijn in werking getreden op 1 mei 2024. In dit artikel worden enkele van deze wijzigingen besproken.
1. Verruiming werkgerelateerde vrijstellingen
Indien een werkgever een derdelander wil tewerkstellen, dan moet eerst en vooral worden geverifieerd of deze derdelander wel een toelating tot arbeid nodig heeft. Een aantal buitenlandse werknemers zijn namelijk van rechtswege toegelaten om in België te werken. Zo worden bepaalde werknemers vrijgesteld van het bekomen van een toelating tot arbeid omwille van de specifieke tewerkstellingssituatie waarin de werknemer zich bevindt.
De oude regelgeving verwijst voor de meeste categorieën van werkgerelateerde vrijstellingen naar een verblijf van drie opeenvolgende maanden (met uitzondering van de ICT-korte-termijnmobiliteit). In de nieuwe regelgeving werd dit aangepast naar een rollende periode van 90 dagen binnen een periode van 180 dagen zodat dit gelijk loopt met het kort verblijf binnen de Schengenzone. Verder wordt de definitie van de categorie handelsvertegenwoordigers verruimd, waardoor zakelijke bezoekers omwille van onderhandelingen, conferenties, opleidingen, etc onder deze werkgerelateerde vrijstelling kunnen vallen. Ook werden de categorieën toerismepersoneel en vertalers/tolken toegevoegd.
Er wordt verder ook voorzien in een bijkomende vrijstelling voor houders van een gecombineerde vergunning (geen arbeidskaart) die een flexi-job uitoefenen, waarvoor voor zover de voorwaarden hiertoe zijn vervuld, geen bijkomende vergunning vereist is.
2. Wijzigingen aan de specifieke categorieën
Hooggeschoold personeel
Opdat een derdelander zou kwalificeren als hooggeschoold personeel moet er een bepaalde loondrempel bereikt worden (voor 2024 gelijk aan 46.632 EUR bruto) en de werknemer moet hogere beroepskwalificaties aantonen aan de hand van een diploma hoger onderwijs.
Wat betreft de loondrempel, bestaat er in het Vlaams Gewest een verlaagde loondrempel van 80% (in 2024 gelijk aan 37.305,60 EUR bruto) voor werknemers die jonger zijn dan 30 jaar en verpleegkundigen. De nieuwe regelgeving voegt hieraan leerkrachten toe die tewerkgesteld worden door een onderwijsinstelling erkend door de Vlaamse Gemeenschap.
Wat betreft de beroepskwalificaties werd de definitie van “diploma hoger onderwijs” aangepast. De vermelding “minstens drie jaar hebben geduurd” werd hierbij geschrapt aangezien het bekomen van het benodigde kwalificatieniveau 5 niet altijd voorafgaat door een studie van drie jaar.
Europese Blauwe Kaart
De nieuwe regelgeving van het Vlaams Gewest heeft de nieuwe Richtlijn 2021/1883 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2021 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van
onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan en tot intrekking van Richtlijn 2009/50/EG omgezet.
Een gecombineerde vergunning onder de categorie Europese Blauwe Kaart zal voortaan kunnen worden toegekend onder de volgende voorwaarden:
- De werkgever heeft met de buitenlandse werknemer een arbeidsovereenkomst gesloten voor een hooggekwalificeerde baan;
- De werkgever heeft met de werknemer een arbeidsovereenkomst gesloten van onbepaalde duur of voor minstens zes maanden (voordien 1 jaar);
- De bezoldiging van de buitenlandse werknemer bedraagt minstens 130% van het gemiddeld bruto jaarloon (voor 2024 gelijk aan 60.621,60 EUR bruto – voordien 120%);
- De werknemer toont hogere beroepskwalificiaties aan aan de hand van een diploma van het hoger onderwijs met een minimum kwalificatieniveau 6 (voordien Bachelordiploma). Hieraan wordt evenwel toegevoegd dat bepaalde beroepservaring gelijkgesteld wordt met hogere beroepservaring indien deze voldoet aan de volgende voorwaarden (cumulatief):
- De werknemer-derdelander is leidinggevende op het gebied van informatie- en communicatietechnologie als vermeld in ISCO-08 code 133 of specialist op het gebied van informatie- en communicatietechnologie als vermeld in ISCO-08 code 25.
- De werknemer-derdelander beschikt over minimaal drie jaar relevante beroepservaring die is verworven binnen zeven jaar voor de aanvraag van de Europese Blauwe kaart.
In de nieuwe regelgeving wordt er ook voorzien in een recht op kortetermijnmobiliteit voor houders van een geldige Europese blauwe kaart afgeleverd door een andere Europese lidstaat in het kader van tijdelijke handelsactiviteiten in België of intra-communautaire dienstverlening voor zover deze tijdelijke activiteiten rechtstreeks in verband staan met de belangen van de werkgever in deze andere eerste Europese lidstaat .
Intra-Corporate Transferees
Met ingang van 1 mei 2024 moet de leidinggevende ICT niet langer voldoen aan de diplomavereiste, maar aan de strenge definitie in het Vlaams Gewest van “leidinggevend personeel”.
Net zoals bij de Europese Blauwe Kaart wordt voor de specialist ICT op het gebied van informatie- en communicatietechnologie minimaal 3 jaar relevante beroepservaring verworven binnen 7 jaar voor de aanvraag eveneens gelijkgeschakeld met hogere beroepskwalificaties.
Mogelijke snelle aanpassing van de lijst met knelpuntberoepen
De lijst met knelpuntberoepen waarvoor een vermoeden van tekort bestaat op de arbeidsmarkt wordt in principe om de twee jaar herzien. Voortaan is de mogelijkheid voorzien om dit sneller te doen (doch steeds uiterlijk om de twee jaar) op gemotiveerd verzoek van de Adviescommissie Economische Migratie van de SERV, de Dienst Economische Migratie en de sectoren om zo sneller te kunnen inspelen op wijzigingen in de arbeidsmarkt.
Beperking mogelijkheid overige categorie
Onder de oude regelgeving gold dat voor de zogenaamde “overige categorie” (indien een werknemer niet onder een specifieke categorie of onder de knelpuntberoepenlijst van het Vlaams Gewest viel), een arbeidsmarkttest moet worden uitgeoefend waarbij een vacature in gedeeld beheer op de website van
de VDAB geplaatst moet worden voor minstens 6 weken alvorens de aanvraag tot het bekomen van een toelating tot arbeid kon worden ingediend.
Onder de nieuwe regelgeving is dit enkel mogelijk indien de functie waarvoor de aanvraag wordt ingediend voorkomt op de ruime knelpuntberoepenlijst van de VDAB. Verder worden er ook nog een aantal bijkomende voorwaarden toegevoegd:
- De functie vereist een kwalificatie van niveau 2, niveau 3 of niveau 4.
- De vacature voor de arbeidsplaats is gepubliceerd op de platformen van de VDAB (in gedeeld beheer) en EURES, gedurende een aaneengesloten periode van minimaal 9 weken in de periode van 4 maanden (3 weken in de periode van één maand ingeval van seizoensarbeid) onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraag van toelating tot arbeid.
Toelatingen die onder de oude regelgeving werden toegekend blijven gelden tot ze verstrijken en aanvragen tot hernieuwing van deze toelatingen worden eveneens beoordeeld op basis van deze oude regelgeving voor zover de aanvraag wordt ingediend door dezelfde werkgever en voor dezelfde functie.
Minimale tewerkstelling van 80 % voor de knelpuntberoepen en overige categorie
Voortaan kan een toelating tot arbeid voor een knelpuntberoep en overige categorie slechts worden toegekend indien de werknemer minstens 80 % van een voltijdse tewerkstelling wordt tewerkgesteld.
Bijkomende documenten knelpuntberoepen en overige categorie
Zowel voor knelpuntberoepen als voor overige categorie moeten er bijkomende documenten worden voorgelegd bij de aanvraag, met name:
- een uitgebreide beschrijving van de functie en het takenpakket;
- documenten die de kwalificatie van de werknemer aantonen: CV met volledig overzicht gevolgde opleidingen, werkervaring en nevenactiviteiten van de buitenlandse werknemer;
indien voorhanden: diploma, getuigschrift of het ervaringsbewijs dat de kwalificatie van de werknemer voor de specifieke functie aantoont.In geval van twijfel over de waarachtigheid van de documenten kan de administratie hiervan de bevestiging vragen door een buitenlandse overheid.
3. Algemene wijzigingen
Bijkomende weigerings- en intrekkingsgronden
De Vlaamse regelgeving bevat een aantal weigerings- en intrekkingsgronden, die in 2021 werden opgesplitst in verplichte en facultatieve weigerings- en intrekkingsgronden. Het Vlaams Gewest heeft enkele nieuwe weigerings- en intrekkingsgronden in het leven geroepen en ook enkele verduidelijkingen aangebracht.
De belangrijkste nieuwe (facultatieve) weigerings- en intrekkingsgronden zijn:
- indien de werkgever of de gastentiteit zich niet houdt aan de bepalingen van de fiscale, sociaalrechtelijke of vennootschapsrechtelijke wetgeving;
- indien de werkgever of de gastentiteit onvoldoende economische of maatschappelijke activiteiten uitoefent die de tewerkstelling van buitenlandse werknemers verantwoordt.
Tenslotte werden er ook nog enkele bijkomende facultatieve weigeringsgronden toegevoegd:
- de werkgever, de gastentiteit of de mandataris gedurende een jaar de aanvraag onjuiste, vervalste of onrechtmatig verkregen gegevens, verklaringen of onrechtmatig verrichte aanpassingen heeft gebruikt bij een aanvraag van toelating tot arbeid;
- de kredietwaardigheid van de onderneming of de gastentiteit ongunstig is;
- de onderneming waarin buitenlandse werknemers zullen worden tewerkgesteld, minder dan drie jaar geleden is opgericht of geen personeelsleden in dienst heeft.
Sommige van de nieuwe wijzigings- en intrekkingsgronden zijn echter niet van toepassing op de zogenaamde “Europese categorieën”.
Verfijning informatieverplichting werkgever
De werkgever moet het Vlaams Gewest verwittigen bij een verbreking of betekenisvolle wijziging van de arbeidsvoorwaarden die gevolgen heeft voor de geldigheid van de toelating tot arbeid.
Sinds 1 mei 2024 moet deze verwittiging schriftelijk moet plaatsvinden binnen de 15 dagen. De voorbereidende werken verwijzen hiertoe naar de volgende modaliteiten:
- voor verbrekingen: via het Uniek loket;
- voor betekenisvolle wijzigingen: per brief of e-mail.
Sedert een recente wijziging aan het sanctionerend beleid wordt het moedwillig nalaten van deze verwittiging bovendien gesanctioneerd.

Ester Vets
Advocaat