De plooien waren nog maar net gladgestreken, toen Daems opnieuw toesloeg met krasse uitspraken over sociale en fiscale fraude en met de idee van gemeenschapsdienst voor werklozen. Hiermee joeg hij alle vakbonden tegen zich in het harnas. Het ACV dreigde opnieuw met opstappen.
Premier Verhofstadt slaagde erin de vakbond te overtuigen toch mee te werken aan de conferentie, maar de overtrokken reactie van het ACV voorspelt weinig goeds. Het opstootje is immers symptomatisch voor de ongemakkelijke politieke positie waarin de vakbond zich bevindt: hij heeft geen “bevoorrechte verbindingslijnen” meer met de regering. De aloude partner CD&V is bezig aan een tweede oppositielegislatuur, Agalev dat in de vorige regering gedeeltelijk de rol van de CD&V overnam is er niet meer bij. Het ACV gedraagt zich overigens al langer kritisch en kregelig tegenover de regering én tegenover het ABVV, dat dan weer opvallend welwillende standpunten inneemt.
De vraag is nu of de syndicaal-politieke spanningen geen grotere hypotheek leggen op het slagen van de banenconferentie dan de klassieke tegenstrijdige visies tussen de verschillende sociale gesprekspartners. Het is aan federaal minister van Werk en Pensioenen Frank Vandenbroucke – naast premier Verhofstadt de sleutelfiguur in de banenconferentie – om het terrein te ontmijnen, achterhoedegevechten in de kiem te smoren en snel resultaten te bereiken op basis van een ruime consensus.