Zowel voor een individuele of een economische (zoals de sluiting van een afdeling) reden, zijn de opzegvergoedingen voor bedienden, op Italië na, de hoogste in Europa.
Dat heeft ook te maken met de formule-Claeys. Die houdt niet alleen rekening met de anciënniteit, maar ook met de leeftijd van de bedienden. En die twee parameters versterken elkaar. Om gerechtelijke procedures te vermijden, betalen Belgische werkgevers bovendien meestal meer dan de wettelijke minima.
In veel andere landen houden werkgevers voor de berekening van de opzegvergoeding rekening met de anciënniteit, maar niet of veel minder met de leeftijd.
Wat opzegtermijnen betreft, bengelen Belgische arbeiders dan weer aan de Europese staart. In vergelijking met Duitsland, Frankrijk en Nederland is het niveau van de aan de Belgische arbeiders betaalde opzegvergoedingen zelfs beschamend laag.
Voor een 35-jarige bediende met zeven jaar anciënniteit en een jaarlijks bruto-inkomen van 73.000 euro bedragen de opzeggingskosten (inclusief sociale zekerheid) ruim 70.000 euro. Een arbeider met dezelfde leeftijd, anciënniteit en hetzelfde loon komt niet verder dan 11.000 euro.
België is bovendien één van de weinige landen waar de werkgever een absolute ontslagmacht heeft. Hij moet het ontslag niet motiveren. In de meeste andere landen zijn de ontslagmogelijkheden van de werkgever beperkt.
Bron: De Tijd