1. Bedrijfsleider verdient 147 procent meer dan gemiddelde werknemer
Het verbaast niet dat de omvang van het loon sterk bepaald wordt door de uitgeoefende functie.
De top tien van best betaalde functies (het gemiddeld bruto maandloon, en het percentage boven het nationaal gemiddelde)
De tien minst betalende beroepen (met gemiddeld bruto maandloon, percentage onder het nationaal gemiddelde)
Om hetzelfde maandloon als een bedrijfsleider te ontvangen, moeten gezinshelpers en schoonmakers dus meer dan drieënhalve maand werken.
Deze cijfers tonen ook aan dat verder studeren na het middelbaar onderwijs vanuit financieel oogpunt de moeite loont. Waar in 2006 gemiddeld 34,26 procent van de loontrekkenden over een diploma van het tertiair onderwijs beschikten, lag dit percentage beduidend hoger bij de best betalende beroepen.
Sommige functies, zoals artsen en juristen, worden uitsluitend door hooggeschoolden uitgeoefend. Bij de minst betalende functies zijn de hoogopgeleide werknemers duidelijk ondervertegenwoordigd. Met uitzondering van het horecapersoneel maken ze steeds minder dan vijf procent van de totale arbeidspopulatie uit.
2. Een tertiair diploma biedt de beste garantie op een hoog loon
Wie maximaal over een diploma van het lager secundair onderwijs beschikt, verdient op maandbasis 2258 euro ofwel zo’n 17,5 procent minder dan de gemiddelde werknemer.
Wie het secundair onderwijs met vrucht heeft beëindigd, ontvangt reeds een hoger salaris, maar dit ligt nog steeds tien procent onder het nationaal gemiddelde.
Werknemers met een diploma van het tertiair onderwijs ontvangen maandelijks een bedrag dat hoger ligt dan dit gemiddelde. Toch zijn er tussen deze hooggeschoolden grote verschillen. Zo mogen houders van een diploma van het korte type rekenen op een loon dat negen procent hoger ligt dan het nationaal gemiddelde, terwijl dit bij werknemers die hun doctoraat hebben afgewerkt, reeds oploopt tot bijna 92 procent. Met andere woorden, de vaststelling dat langer studeren de kansen op een hoger salaris vergroot, kan doorgetrokken worden tot in het hoger onderwijs zelf.
Bron: FOD Economie – Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie