Dat blijkt uit een rapport van het sociaal secretariaat SD Worx. Uit onderzoek van de federale overheidsdienst Mobiliteit blijkt dat ruim 64 procent van de werknemers de auto gebruikt om naar het werk te gaan, tegenover 16 procent die het openbaar vervoer gebruikt.
Dat die bedrijfswagen ruim vooraan staat in de rangschikking van het loonpakket dat werknemers als een interessant voordeel beschouwen, kan dan ook niet verbazen. Dat voorrecht wordt binnen de meeste bedrijven vooral toegekend aan bedienden, middenkaders, directies en hoge kaderfuncties. Slechts een heel kleine minderheid van de arbeiders beschikt over een bedrijfswagen. De grootte van de ondernemingen speelt niet echt een rol in de bedrijfspolitiek.
Fiets
Sinds 2009 is er ook een fiscaal statuut voor een bedrijfsfiets. In tegenstelling tot de wagen, kunnen bijna alle personeelsleden, ongeacht hun functie, zich beroepen op dit voordeel. Toch is de fiets voor slechts 6 procent ingeburgerd bij de ondernemingen, al plant nog eens 3 procent van de bedrijven naar eigen zeggen in de toekomst een dergelijk voordeel toe te kennen.
Fietsen naar het werk neemt een aandeel van zowat 8,2 procent van de totale mobiliteit. Vlaanderen scoort met bijna 13 procent boven het nationaal gemiddelde. In bijna 60 procent van de bevraagde ondernemingen wordt een fietsvergoeding toegekend.
Een bedrijfsmotor is dan weer zo goed als onbestaande in onze bedrijven. Amper 3 procent van de ondernemingen heeft zo’n regeling getroffen. Bromfietsers en motorrijders zijn goed voor amper 2 procent van het woon-werkverkeer.
Bron: De Morgen