Bedrijfswagens na de CO²-taks: Spaak tussen de wielen van uw beloningsbeleid?

Michel Willems is erkend fiscalist en fleet, mobility & employee benefit consultant. Voor HR Square zet hij uiteen wat de fiscale situatie van de bedrijfsvloot was, wat er nu precies is veranderd en hoe ondernemingen hun vlootkosten kunnen beheersen in het nieuwe belastingsysteem.
> De oude situatie
Tot eind 2004 bestond alleen het stelsel ‘voordelen van alle aard’. In dat systeem is het belastbare bedrag de som van de private kilometers en het woon-werkverkeer van een werknemer. De fiscus gebruikt een systeem van fiscale PK’s om die belasting te berekenen. Het resultaat van de berekening is forfaitair beperkt tot 5000 km of 7500 km als de woonplaats van de werknemer op meer dan 25 km van de onderneming ligt. Het stelsel ‘voordelen van alle aard’ blijft nog gelden in 2005.
Veel ondernemingen betalen deze belasting niet omdat hun werknemers een eigen bijdrage leveren waardoor het belastbare bedrag op nul komt. In ondernemingen waar werknemers een bijdrage betalen, kan de nieuwe taks een gigantische meerkost betekenen.
> Wat is er veranderd?
Een nieuwe basis
Sinds 1 januari 2005 is er een nieuwe solidariteitsbijdrage van kracht die niet langer gebaseerd is op fiscale PK’s maar wel op de CO²-uitstoot van voertuigen. Die nieuwe solidariteitsbijdrage is voor de werkgever 100% aftrekbaar, maar houdt geen rekening met eventuele bijdragen van de werknemer.
Uitstootklassen en corresponderende forfaitaire bijdragen
Bij elke nieuwe wagen die in BelgiË wordt verkocht, moet een CO²-etiket zitten waarop staat tot welke uitstootklasse de wagen behoort. Op www.environment.fgov.be vindt u een ‘Gids van de schone auto’ waarin alle auto’s verkrijgbaar in BelgiË zijn ingedeeld in CO²-klassen. Dezelfde gids is ook verkrijgbaar bij concessiehouders.
Tabel 1: indeling in uitstootklassen en bijhorende bijdragen

BENZINE CO²-uitstoot in gram/kilometer DIESELCO²-uitstoot in gram/kilometer CO²-klasse Jaarlijkse forfaitaire bijdrage (1)
< 100 < 85 A € 276
100 – 30 85 – 115 B € 420
130 – 60 115 – 145 C € 729
160 – 90 145 – 175 D € 972
190 – 220 175 – 205 E € 1148
220 – 250 205 – 235 F € 1314
> 250 > 235 G € 1457

(1) toepassingstarief voor 2005, aangepast aan index
Voor welke wagens geldt de CO2-taks?
Wagens die alleen voor beroepsdoeleinden dienen – de zogenaamde poolwagens – zijn niet onderworpen aan de nieuwe solidariteitsbijdrage. De bestuurders van een vennootschap die een eigen zelfstandig statuut hebben en met een wagen van hun vennootschap rijden, zijn ook niet onderworpen aan de CO²-taks.
Alle wagens van de onderneming die een werknemer voor woon-werkverkeer of voor privé-doeleinden mag gebruiken, zijn wel onderworpen aan de nieuwe taks. Het speelt helemaal geen rol of die wagen rechtstreeks door de werkgever of via een leasingmaatschappij ter beschikking is gesteld. De onderneming zal altijd de nieuwe CO²-taks verschuldigd zijn.
Ook lichte bedrijfsvoertuigen van minder dan 3,5 ton, waarvoor geen vrachtwagenrijbewijs nodig is, zijn belast met de nieuwe solidariteitsbijdrage. Ook hier geldt dat alleen die voertuigen in aanmerking komen waarmee een werknemer naar huis mag rijden. Voor lichte bedrijfsvoertuigen bestaan er voorlopig nog geen CO²-schalen. Als berekeningsbasis voor die voertuigen dient daarom de CO²-uitstoot in gram per kilometer. Die informatie is terug te vinden op de technische fiche van het voertuig. Lichte bedrijfsvoertuigen van voor 1 januari 2001 waarvan de uitstoot onbekend is, zijn ondergebracht in uitstootklasse D.
Voertuigen met alternatieve brandstoffen
Voertuigen die geen enkel schadelijk gas uitstoten, horen in de voordeligste uitstootklasse thuis. Alle volledig elektrisch aangedreven wagens vallen dus onder uitstootklasse A.
LPG-voertuigen zijn voorlopig nog niet opgenomen in de referentieschaal, maar op basis van documenten van de LPG-leverancier of de autoconstructeur kunnen werkgevers een lage uitstootklasse eisen voor hun LPG-vloot.
Hybride voertuigen, die zowel over een elektrische aandrijving als een fossiele brandstofmotor beschikken, zijn wel al opgenomen in de schaal en zitten in een gunstige uitstootklasse.
> Hoe veel zal de CO²-heffing kosten?
Ondernemingen waar de werknemers zelf een bijdrage betalen die overeenstemt met het belastbare voordeel van alle aard, kijken nu tegen een grote meerkost aan. Totnogtoe betaalden die ondernemingen geen solidariteitsbijdrage. In het nieuwe CO²-systeem zal de kost van de solidariteitsbijdrage afhangen van de uitstoot van het wagenpark.
Tabel 2: meerkost voor een bedrijfsvoertuigmet werknemersbijdrage

CO²-klasse Gemiddelde netto meerkost per maand (2)

A € 15.18
B € 23.10
C € 40.10
D € 53.46
E € 63.14
F € 72.27
G € 80.14

(2) met maximale bijdrage van de werknemer en vennootschapsbelasting van 33,99%
Ondernemingen die wel een solidariteitsbijdrage betaalden en waar de werknemers geen bijdrage leverden, zullen in de meeste gevallen ook nog een meerkost ervaren.
Tabel 3: meerkost voor een bedrijfsvoertuig zonder werknemersbijdrage

Peugeot 206 1.4 8 fiscale PKCO²-klasse B Voordeel van alle aard Nieuwe solidariteitsbijdrage Netto meerkost per maand (3)
5000 km € 1216 € 420 € 1.05
7500 km € 1825 € 420 € – 10.01
Opel Astra break 1.79 fiscale PKCO²-klasse C      
5000 km € 1323 € 729 € 16.06
7500 km € 1985 € 729 € 4.07
BMW 320D11 fiscale PKCO²-klasse D      
5000 km € 1605 € 972 € 24.31
7500 km € 2407 € 972 € 9.79

(3) met vennootschapsbelasting van 33,99%
> Hoe de kosten beheersen?
In ondernemingen waar werknemers een bijdrage leveren, zal de meerkost aanzienlijk zijn. Om de kosten te drukken, kan een onderneming kiezen voor een harde of een zachte aanpak.
De harde aanpak
In de harde aanpak schuift de onderneming de meerkost door naar de werknemers. Of een onderneming dat kan doen, hangt af van de car policy. In veel ondernemingen voorziet de car policy in een doorrekening naar de werknemer van fiscale verhogingen of fiscale wijzigingen.
Toch is het goed om de car policy te wijzigen en te laten goedkeuren want een hogere nettolooninhouding om een werkgeversbijdrage te compenseren is aanvechtbaar door de loonbeschermingswet. Bij een doorrekening naar de werknemer mag de werknemersbijdrage ook niet hoger zijn dan de 5000/7500km-norm die wordt gebruikt om het voordeel van alle aard te berekenen.
De zachte aanpak
Als een onderneming haar modellenkeuze aanpast en alleen voertuigen aanbiedt die weinig uitstoten, dan volgt zij de redenering van de regering. Die keuze zal waarschijnlijk ook op lange termijn vruchten afwerpen. In haar programmawet verwijst de regering immers uitdrukkelijk naar het Verenigd Koninkrijk waar ook het voordeel van alle aard op basis van CO²-uitstoot wordt berekend.
Een zogenaamd Mobipack kan ook de kosten drukken. De onderneming voorziet hier in een combinatie van bedrijfswagen en openbaar vervoer voor haar werknemers.
Een derde optie is het wagenbudget aanpassen. Dat kan niet via een leasingofferte want de leasingmaatschappijen hoeven de solidariteitsbijdrage niet aan te rekenen, in tegenstelling tot BIV en verkeersbelasting. De onderneming moet hier zelf manueel aanpassingen doen of met een instrument werken.
Blijft een bedrijfsvoertuig interessant?
Waarschijnlijk zullen bedrijfsvoertuigen in de toekomst kleiner zijn en minder verbruiken. Hybride aandrijvingen en krachtige, kleine dieselmotoren zitten in de lift. Het systeem van werknemersbijdragen zal minder interessant worden, maar blijft wel voordeliger dan een gratis bedrijfsvoertuig dat ook voor privé-doeleinden mag dienen.
Tom Van de Putte

Amper één op acht werkgevers is klaar voor milieuvriendelijke wagens
Uit een enquête van SD Worx blijkt dat twee op drie bedrijfsleiders hun personeel zullen proberen te overtuigen voor een milieuvriendelijkere wagen te kiezen. Jammer genoeg is slechts 12% van hen klaar voor de invoering van de nieuwe maatregel.
De ‘milieuvriendelijke taks’ die de federale regering heft, is een forfaitaire bijdrage op basis van de CO²-uitstoot voor het privé-gebruik van bedrijfswagens en -voertuigen. Ruim 66% van de werkgevers verwacht dat deze maatregel een meerkost zal betekenen en 58% van hen zegt zowel de kostenstijging als een eventuele daling voor zijn rekening te zullen nemen. SD Worx verwacht een kostenstijging voor de werkgever met 27,5% tot 35%. Dat is meer dan de vroegere solidariteitsbijdrage van 33%.
Liefst twee op drie werkgevers zullen de werknemer proberen te overtuigen een wagen met lage CO²-uitstoot te kiezen, hoewel dat voor 42% geen prioriteit is. Veranderingen van wagens vergen ook wijzigingen in de car policies. Toch maakt dat de bereidwilligheid om over te schakelen niet minder groot. Het is daarom verbazingwekkend dat zo weinig ondernemingen klaar zijn om in te spelen op de nieuwe wet. Amper 12% zegt dat alles hiervoor op punt staat, nog eens 18% heeft acties gepland. Vooral grote bedrijven (meer dan 500 werknemers) met veel voertuigen in een geautomatiseerd wagenpark zijn het best voorbereid.
Bedrijven die een meerkost verwachten of die de voorbije twee jaar aan een sociale controle onderworpen waren, reageren alerter dan andere. In Brussel is men beter bij de pinken dan in WalloniË en Vlaanderen. Aan de enquête namen 709 ondernemingen deel, waarvan 523 uit Vlaanderen, 126 uit Brussel en 54 uit WalloniË.

Praktijkpeiling
Een impact op de car policy
“Wijzigt uw beleid inzake bedrijfswagens door de nieuwe CO²-taks?” Dat vroegen we aan enkele personeelsverantwoordelijken. Uit een beperkte peiling begin januari 2005 bleek dat veel HR-managers het antwoord hierop schuldig bleven: ze waren niet op de hoogte van de maatregel, kenden de tarieven niet, hadden nog geen berekening gemaakt van de gevolgen of zouden wachten met het treffen van maatregelen tot de eerste afrekening in de bus viel. Anderen waren al wel aan het rekenen en denken geslagen.
De zuivelcoöperatie Belgomilk beschikt over een vloot van een honderdtal bedrijfswagens voor de commerciËle equipe, de kader- en de directieleden. De auto’s worden eveneens voor het woon-werkverkeer en voor privé-doeleinden gebruikt. Totnogtoe nam deze werkgever de solidariteitsbijdrage voor zijn rekening en betaalden de werknemers het voordeel in natura volgens de fiscale PK’s van hun wagens. “Volgens de nieuwe taxatieschaal worden automerken die nu in leasekost en/of fiscale PK’s vergelijkbaar waren, plots anders verrekend en dat kan stof tot discussie opleveren tussen werknemers en HRM”, voorspelt personeelsverantwoordelijke Martin De Sutter. “In de huidige car policy staat niet dat stijgingen van taksen aan de werknemer doorgerekend worden, maar wel dat we alle vigerende wet- en regelgeving toepassen. Ik moet nog overleggen met het algemeen management, maar wellicht zullen we wat de wagens betreft, alles laten zoals het is. Met andere woorden: de werknemers behouden hun huidige voertuigen, anders kampen we misschien met het probleem dat een deel van hen met een lichtere wagen met een lagere uitstoot wil rijden en een ander deel toch nog de zwaardere modellen behoudt. Voorlopig worden de meerkosten door het bedrijf opgenomen. Dit heeft zeker een impact op onze plannen om een nieuwe, striktere car policy op te stellen, wat ons moet helpen gunstiger vlootvoorwaarden af te dingen.”
Bij Spector Photo Group wordt een tachtigtal bedrijfswagens gebruikt. De werknemers betalen hier geen eigen bijdrage, dus voor hen zal de maatregel geen verschil uitmaken. Personeelsdirecteur Lucien Bohné schetst de situatie: “Het stelsel ‘voordelen van alle aard’ blijft identiek, maar de solidariteitsbijdrage zal stijgen. Die was ten laste van de werkgever en zal dus nu nog meer kosten aan het bedrijf. In de car policy staat niet dat fiscale verhogingen verrekend worden naar de werknemer, dus dat kunnen we moeilijk doen, en dat is trouwens ook niet onze politiek. We zullen dus ons budget moeten aanpassen. Een gevolg kan wel zijn dat we onze car policy wijzigen en wagens met een lager aantal PK’s vooropstellen, maar dat bekijken we nog. We hebben nu nog geen zicht op welke CO²-uitstoot ons huidig wagenpark heeft en hoe dat wordt belast met de nieuwe heffing. Het zou kunnen dat we de modellenkeuze aanpassen en bepaalde types van wagens niet meer volgen.”
Opvallend was toch wel de algemene verbolgenheid onder de gecontacteerde managers over de invoering van deze heffing en het argument dat de maatregel kadert in de strijd tegen de sociale fraude. Martin De Sutter verwoordt de teneur als volgt: “De maatregel draait uit op een afstraffing van bedrijven zoals wij, die het vorige systeem altijd correct toepasten. Als ‘goede’ werkgevers worden we nu mee gesanctioneerd met hen die het systeem misbruikten. Uiteindelijk is dit het zoveelste inventief idee van een regering die in de beloofde lastenverlaging voor de werkgever nog niet veel blijk gaf van een proactief beleid. Waarom zijn het altijd de bedrijven die de put moeten dempen?”

HR Square 20
Martin De Sutter (Belgomilk): “Als ‘goede’ werkgevers worden we nu mee gesanctioneerd met hen die het systeem misbruikten.”
Martin De Sutter
Hendrik De Schrijver

Hr Square 20
Lucien Bohné (Spector Photo Group): “Het zou kunnen dat we de modellenkeuze aanpassen en bepaalde types van wagens niet meer volgen.”
Lucien Bohn
Hendrik De Schrijver

Manager HR BP

Meat & More

Aanmelden

Als lid van HR Square hebt u ook de mogelijkheid de digitale versie alsook de archieven van het tijdschrift te raadplegen via onze website.

Workshop

Loïc Vlassakoudis

Vivalia

Loïc Vlassakoudis est Directeur des Ressources Humaines chez Vivalia, l’organisation intercommunale luxembourgeoise qui regroupe 7 sites hospitaliers, une polyclinique et des différentes maisons de repos. Situé entre le Grand-Duché et la France, et dans un secteur où la guerre des talents fait déjà rage, Loïc va expliquer comment Vivalia parvient néanmoins à attirer et à fidéliser une équipe motivée, pour qui satisfaction au travail et bien-être sont des priorités.

Workshop

Pierre Leman

Cliniques universitaires Saint-Luc

Politique de gestion de l’absentéisme à Saint-Luc face à la nouvelle règlementation

Le secteur des soins de santé est traditionnellement confronté à des taux d’absentéisme élevés, ce qui n’est pas une fatalité ni une réalité au sein des Cliniques universitaires Saint-Luc. Par ailleurs, un ensemble de nouvelles mesures et obligations en la matière sont entrées en vigueur.  Dans ce cadre, un projet pilote a été lancé en 2025 à Saint-Luc afin de mieux gérer l’absentéisme au travers de sa politique « Cultiver le lien » et de ses outils. Fort de son succès, l’hôpital a décidé de déployer sa nouvelle approche à l’échelle de toute l’institution dès 2026.  Dans son keynote,  Pierre Leman, Directeur des Ressources Humaines aux Cliniques universitaires Saint-Luc, présentera en détail cette nouvelle politique de gestion de l’absentéisme.

Ben jij klaar om helemaal mee te zijn in de wereld van HR? HR Square Nieuwsbrief brengt je tweewekelijks een overzicht van de belangrijkste feiten, trends en gebeurtenissen in HR-land.

Bovendien krijg je een handige lijst van must-attend HR-events, zodat je niets hoeft te missen.

Gratis in je mailbox. Het enige wat je hoeft te doen is je registreren!