Twee op de drie Europese sociale-mediagebruikers (67 procent) hebben een (beperkte) toegang tot sociale netwerksites op het werk. Bij de Belgische sociale-mediagebruikers is dit 59 procent.
Van de Belgische respondenten die geen (41 procent) of een beperkte toegang (19 procent) hebben tot sociale media op de werkvloer, wil meer dan een vijfde (21 procent) wel de mogelijkheid krijgen om Facebook, Twitter, LinkedIn of andere sociale netwerken te gebruiken.
In Europa heeft één derde van de respondenten (33 procent) geen toegang en één vijfde (20 procent) slechts een beperkte toegang tot sociale netwerksites op de werkvloer.
Toch is het wantrouwen van werkgevers onterecht. 28 procent van de Belgische respondenten is bereid om informatie over het bedrijf waarvoor ze werken, te delen op sociale netwerksites mocht dit in het voordeel zijn van het bedrijf. Zo is een grote meerderheid (65 procent) trots op het bedrijf waarvoor ze werken, terwijl slechts 13 procent communiceert over zijn of haar werk of bedrijf op sociale media.
Voor de Europese respondenten is dit respectievelijk 61 procent en 19 procent. In bijna de helft van de conversaties gaat het om aankondigingen van bedrijfsevenementen (48 procent), gevolgd door vacatures (38 procent) en product- of dienstinformatie (37 procent).
62 procent van de Belgische respondenten maakt dan weer een duidelijk onderscheid tussen hun werk- en privéleven.
Bijna een kwart van de Belgische respondenten (24 procent) zegt dat hun onderneming geen geschreven sociale-mediabeleid heeft. Slechts 8 procent van de Belgische respondenten kreeg een opleiding over hoe ze sociale netwerksites moeten gebruiken op de werkvloer. Verder wil 35 procent van de ondervraagden dat hun werkgever hen meer helpt bij het voeren van online-conversaties, bijvoorbeeld door informatie te voorzien die kan gedeeld worden.