De ruime meerderheid ziet het meeste heil in aangepast werk, flexibele werkuren of deeltijds werk om vijftigplussers in dienst te houden. Een verplichting om langer te werken ziet maar 40 procent van de mensen zitten.
Slechts 27 procent van de ondervraagden gaat akkoord met het optrekken van de pensioenleeftijd. Ook het afschaffen van het brugpensioen (31 procent) en een verlenging van de minimale loopbaanduur (38 procent) kennen maar weinig bijval.
De werknemers verwachten vooral oplossingen van de overheid. 70 procent wil meer subsidies van de overheid voor bedrijven die oudere werknemers aanwerven. Bedrijven die dat niet doen, moeten volgens de ondervraagden een quotum opgelegd krijgen.
Hardnekkige clichés
Iets meer van de helft van de Belgische werknemers zegt dat er door de uitstroom van 50-plussers heel wat kennis verloren gaat. Door iets minder dan de helft (47 procent) van alle ondervraagde werknemers wordt dat ook als een verlies ervaren.
Desondanks hebben de werknemers over het algemeen geen hoge pet op van hun oudere collega’s. Zo worden 50-plussers door 64 procent van de ondervraagden beschouwd als dure werkkrachten, die vaker afwezig zijn wegens ziekte of familiale omstandigheden (49 procent).
Slechts zeven procent van de ondervraagden vindt dat 50-plussers open staan voor vernieuwing. En ook op kwaliteiten als leergierigheid (9 procent), flexibiliteit (15 procent) en creativiteit (16 procent) scoren oudere werknemers in de ogen van hun jongere collega’s slecht.
Het is overigens opvallend dat er een nagenoeg omgekeerde perceptie bestaat van de kwaliteiten en karakteristieken van jonge werknemers (18 tot 29 jaar). Die worden wel als creatief en leergierig en open voor vernieuwing gezien. Wel worden ze veel meer gedreven door geld en zijn ze minder loyaal.
Bron: Knack/De Redactie