Berekening van de niet-concurrentievergoeding bij tijdelijke deeltijdse prestaties

Rechtspraak

Het arbeidshof van Antwerpen oordeelde op 16 december 2024 over de toekenning van een niet-concurrentievergoeding bij een werknemer die zijn prestaties tijdelijk had verminderd op basis van ouderschapsverlof. Het arrest van het hof schept meer duidelijkheid over de berekeningsbasis van de niet-concurrentievergoeding op twee punten. Enerzijds oordeelt het hof over de vraag of enkel het brutoloon of alle voordelen verworven krachtens de arbeidsovereenkomst in aanmerking dienen genomen te worden. Daarnaast schept het hof duidelijkheid over de vraag of de vergoeding gebaseerd wordt op het (tijdelijk) deeltijds loon, dan wel het voltijds loon.

Context

De betrokken werknemer was tewerkgesteld op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur met een voltijds arbeidsregime. Omwille van opname van ouderschapsverlof, werden zijn prestaties herleid tot 4/5de. De werkgever en de werknemer sloten vervolgens een beëindigingsovereenkomst in onderling akkoord.

Afstand niet bewezen? Vergoeding verschuldigd!

De arbeidsovereenkomst van de werknemer bevatte een (geldig) niet-concurrentiebeding. De werkgever beweerde hier afstand van te hebben gedaan per gewone brief, maar kon dit niet bewijzen. Dit vormt meteen de eerste belangrijke les die uit dit arrest getrokken kan worden. Hoewel de afstand van een niet-concurrentiebeding niet aan vormvereisten -zoals de betekening per aangetekende brief- onderworpen is, dient de werkgever er steeds op te letten dat hij het bewijs van deze afstand kan leveren. Deze afstand moet bovendien worden gedaan binnen de wettelijke termijn van 15 dagen.

Omdat de werknemer stelde nooit een brief tot afstand van het niet-concurrentiebeding ontvangen te hebben en de werkgever -op wie de bewijslast rust- het tegendeel niet kon bewijzen, maakte de werknemer aanspraak op een niet-concurrentiebeding. Gelet op de duurtijd van het niet-concurrentiebeding van 12 maanden (het wettelijke maximum), bedroeg deze vergoeding 6 maanden loon.

Begroting van de niet-concurrentievergoeding

Er bestond tussen partijen evenwel betwisting over de begroting van deze vergoeding op twee punten:

  • Betreft de berekeningsbasis enkel het bruto maandloon, dan wel alle voordelen verworven krachtens de overeenkomst?
  • Betreft de berekeningsbasis het (tijdelijk) deeltijds loon, dan wel het contractueel voorziene voltijds loon?

Met betrekking tot de vraag of alle voordelen verworven krachtens de overeenkomst in aanmerking genomen dienen te worden, merkte het hof dat er rechtspraak en rechtsleer bestaat in beide richtingen. Het hof sluit zich evenwel aan bij de strekking die stelt dat deze voordelen moeten opgenomen worden in de berekeningsbasis. Volgens het hof moet het loonbegrip voor de niet-concurrentievergoeding immers op dezelfde manier worden toegepast, als voor de opzeggingsvergoeding en voor de uitwinningsvergoeding.

Ten slotte boog het hof zich over de vraag welk arbeidsregime bepalend was voor de berekening van de opzeggingsvergoeding: het voltijdse of het tijdelijke deeltijdse. Volgens het hof moet rekening worden gehouden met de daadwerkelijke, reële prestaties van de werknemer bij het einde van de arbeidsovereenkomst, in casu dus de deeltijdse. Het hof oordeelt immers dat de recente wetswijzigingen die sinds 2022 bepalen dat de opzeggingsvergoeding bij ouderschapsverlof berekend moet worden op basis van een fictief voltijds loon, hier geen impact op hebben.

Conclusie

Samengevat kunnen er uit dit arrest drie lessen worden getrokken:

  1. Het is van belang om het bewijs te kunnen leveren van de (tijdige) afstand van een niet-concurrentiebeding;
  2. De niet-concurrentievergoeding wordt berekend rekening houdend met alle voordelen verworven krachtens de arbeidsovereenkomst (hoewel deze stelling betwist wordt), en
  3. De niet-concurrentievergoeding wordt berekend op basis van de reële prestaties van de werknemer bij het einde van de arbeidsovereenkomst.

Arbeidshof Antwerpen, afdeling Antwerpen 16 december 2024, AR nr. 2024/AA/104, onuitg.

François Gavel
Advocaat

Senior Accountant

KoWala Productions

Aanmelden

Als lid van HR Square hebt u ook de mogelijkheid de digitale versie alsook de archieven van het tijdschrift te raadplegen via onze website.

Keynote

Eva Geluk

Antwerp Management School

La professeure Eva Geluk est titulaire de la chaire « Mental Health at Work » à l’Antwerp Management School. Elle est une experte très sollicitée dans les domaines du bien-être, de la prévention du burn-out et de la réintégration après une absence de longue durée.

Dans cette intervention, elle aborde en détail le bien-être mental et le rôle souvent négligé des dirigeants dans ce domaine. Comment veiller à ce que les collaborateurs se sentent bien dans leur peau ? Quelles sont les bonnes et les mauvaises pratiques qui renforcent ou, au contraire, sapent le bien-être mental des collaborateurs (et de leurs dirigeants) ? Et quel rôle revient aux responsables des ressources humaines ?

S’appuyant sur un cadre de référence scientifique et de nombreux exemples tirés de la pratique (Eva a interrogé plus de 70 cadres, responsables RH et employés dans le cadre de ses recherches), elle présente à Corporate Wellbeing le meilleur des deux mondes.

Workshop

Loïc Vlassakoudis

Vivalia

Loïc Vlassakoudis est Directeur des Ressources Humaines chez Vivalia, l’organisation intercommunale luxembourgeoise qui regroupe 7 sites hospitaliers, une polyclinique et des différentes maisons de repos. Situé entre le Grand-Duché et la France, et dans un secteur où la guerre des talents fait déjà rage, Loïc va expliquer comment Vivalia parvient néanmoins à attirer et à fidéliser une équipe motivée, pour qui satisfaction au travail et bien-être sont des priorités.

Workshop

Pierre Leman

Cliniques universitaires Saint-Luc

Politique de gestion de l’absentéisme à Saint-Luc face à la nouvelle règlementation

Le secteur des soins de santé est traditionnellement confronté à des taux d’absentéisme élevés, ce qui n’est pas une fatalité ni une réalité au sein des Cliniques universitaires Saint-Luc. Par ailleurs, un ensemble de nouvelles mesures et obligations en la matière sont entrées en vigueur.  Dans ce cadre, un projet pilote a été lancé en 2025 à Saint-Luc afin de mieux gérer l’absentéisme au travers de sa politique « Cultiver le lien » et de ses outils. Fort de son succès, l’hôpital a décidé de déployer sa nouvelle approche à l’échelle de toute l’institution dès 2026.  Dans son keynote,  Pierre Leman, Directeur des Ressources Humaines aux Cliniques universitaires Saint-Luc, présentera en détail cette nouvelle politique de gestion de l’absentéisme.

Ben jij klaar om helemaal mee te zijn in de wereld van HR? HR Square Nieuwsbrief brengt je tweewekelijks een overzicht van de belangrijkste feiten, trends en gebeurtenissen in HR-land.

Bovendien krijg je een handige lijst van must-attend HR-events, zodat je niets hoeft te missen.

Gratis in je mailbox. Het enige wat je hoeft te doen is je registreren!