In een opmerkelijk arrest heeft het arbeidshof van Luik toepassing gemaakt van de leer van rechtsmisbruik van een werknemer buiten het ontslagrecht. Het arbeidshof oordeelde dat het vorderen van een beschermingsvergoeding door een kandidaat-personeelsafgevaardigde in sommige omstandigheden rechtsmisbruik uitmaakt.
Geen enkele stem
De betrokken werknemer had zich tijdens de sociale verkiezingen van 2004 kandidaat gesteld om verkozen te worden als personeelsvertegenwoordiger binnen het preventiecomité (CPBW). Naderhand heeft de werknemer zijn kandidatuur zelf ingetrokken. Onmiddellijk na de intrekking van zijn kandidatuur kreeg de werknemer een loonsverhoging.
Hoewel dit nog had gekund, heeft de vakbond de werknemer niet vervangen, waardoor zijn naam nog voorkwam op de kieslijst. Ondanks het feit dat hij voorkwam op de kiesbulletins, kreeg de werknemer geen enkele stem. Hij had dus ook niet op zichzelf gestemd.
Ongeveer een jaar na de sociale verkiezingen werd de werknemer ontslagen met betaling van een opzegvergoeding. De werknemer beweerde echter dat hij recht had op de wettelijke beschermingsvergoeding voor kandidaat-personeelsvertegenwoordigers.
Geen beschermingsvergoeding
Het arbeidshof te Luik oordeelde dat de werknemer op rechtsgeldige wijze was opgenomen op de definitieve kandidatenlijsten en, bijgevolg, dat hij genoot van de bijzondere ontslagbescherming van kandidaat-personeelsafgevaardigden. De intentie tot deelname aan de sociale verkiezingen is immers geen verkiesbaarheidsvoorwaarde.
Toch wees het arbeidshof te Luik – hierin gesteund door het Auditoraat-Generaal – de vordering van de beschermingsvergoeding af op grond van de theorie van het rechtsmisbruik. Het arbeidshof stelde dat het doel van de ontslagbescherming erin bestaat de personeelsvertegenwoordigers in staat te stellen hun taken naar behoren te vervullen, en om werknemers in staat te stellen onbevreesd op te komen als kandidaat bij de sociale verkiezingen.
Wanneer evenwel duidelijk uit de feiten blijkt dat de kandidaat-personeelsvertegenwoordiger niet de intentie had om voor de sociale verkiezingen op te komen, maakt hij misbruik van het recht wanneer hij toch een beschermingsvergoeding vordert. De vordering van de werknemer berust immers enkel op puur financiële belangen en streeft de finaliteit van de beschermingsvergoeding – het onbevreesd kunnen opkomen voor de verkiezingen – niet na.
Arbeidshof Luik, 14 mei 2009, 15de Kamer, AR 035589
Tekst: Sara Torrekens (Claeys & Engels)