werknemersvertegenwoordigers die deel uitmaken van de Europese
ondernemingsraad bij ontslag eenzelfde bescherming genieten als de
werknemersvertegenwoordigers in de nationale overlegorganen, in casu de
ondernemingsraad.
Dit impliceert dat in geval van ontslag van afgevaardigden binnen de Europese
ondernemingsraad de werkgever een specifieke procedure moet voeren vooraleertot ontslag over te gaan. Doet hij dat niet, dan heeft de afgevaardigde recht op eenbijzondere beschermingsvergoeding.
Het Hof spreekt zich daarnaast ook uit over de geldigheidsduur van de beschermingvan werknemersvertegenwoordigers binnen de Europese ondernemingsraad. Deze bescherming vangt aan op de dertigste dag die voorafgaat aan de aanwijzing van de vertegenwoordiger en eindigt op de dag waarop het mandaat een einde neemt.
Het einde van het mandaat als werknemersvertegenwoordiger in de nationale
ondernemingsraad impliceert daarenboven geenszins het einde van het mandaat als lid van de Europese ondernemingsraad. Dit zou maar het geval kunnen zijn, als de overeenkomst tot oprichting van de Europese ondernemingsraad expliciet bepaalt dat het einde van het mandaat op nationaal vlak eveneens het einde van het Europees mandaat impliceert.