Minder werken voor hetzelfde loon? De meeste werknemers zullen dit wel zien zitten. Of de werkgevers het nieuwe systeem wel realistisch achten, moet nog aangetoond worden.
Het experiment: Net Brussel
De Brusselse overheid gaat voor een nieuwe aanpak om meer jobs te creëren. Om de nodige flexibiliteit te creëren op de arbeidsmarkt, willen ze het uurrooster van de werknemers hervormen. Van een vijfdagenwerkweek of 38- tot 40-urenweek naar een vierdaagse werkweek (of 30 uur). Te beginnen met het personeel van Net Brussel, het Gewestelijk Agentschap voor de Netheid.
Slaat het experiment aan, dan zouden er 400 à 500 extra jobs bij kunnen komen. Bij Net Brussel zou het om een uitbreiding van ongeveer 20 procent van het personeelsbestand kunnen gaan: arbeidsplaatsen waar meer en meer nood aan is.
Arbeidsplaatsen delen
In L’Echo benadrukt minister Gosuin dat laaggeschoolde werkzoekenden amper nog werk vinden. “Hun tewerkstelling wordt steeds meer door robots en andere technologieën vervangen. Eén manier om het probleem aan te pakken, is het delen van de resterende arbeidsplaatsen.”
Het nieuwe systeem en het succes ervan, wordt niet zomaar uit de lucht gegrepen. De vierdaagse werkweek bleek een succesverhaal te zijn in landen zoals Frankrijk en Zweden. Kan het experiment hier ook op positieve resultaten rekenen, dan hoopt Gosuin het systeem in de rest van het bedrijfsleven te introduceren.
Bedrijven kritisch
Op zich zijn er weinig uitgesproken tegenstanders. De vakbonden zien er geen problemen in die zouden indruisen tegen de arbeidsethos. Het bedrijfsleven zelf staat kritisch tegenover het voorstel, maar is bereid om verder over het voorstel te praten en de mogelijkheden met een open geest te benaderen. Hun vertegenwoordigers hebben enkel bedenkingen bij de bereidheid van bedrijven om hun personeel volledig te betalen, terwijl ze maar 80 procent zouden presteren van wat ze anders zouden moeten uitvoeren. Minister Gosuin zegt hier rekening mee te willen houden en wil tegemoetkomingen overwegen, zoals een vermindering van de patronale bijdragen.
Bron: Jobat (jobat.be) en L’Echo (lecho.be)