TEKST WIM DEGRAVE
FOTO’S EBEN LAFLERE
Voor het eerst sinds ooit komt er een nieuwe generatie op de arbeidsmarkt die cognitief minder sterk is dan de vorige. “Het gemiddelde IQ bij 18-jarigen ligt 2 à 3 punten lager dan 25 jaar geleden”, zegt cognitief psycholoog en HR-ondernemer Wouter Duyck (UGent). “Je kunt zeggen: En dan? Maar dat is gigantisch.”
Eerst het goede nieuws: onze hogescholen en universiteiten doen het eigenlijk verrassend goed, zegt professor Wouter Duyck. Hij kan het weten: als vicevoorzitter van de NVAO, de Nederlands-Vlaamse accreditatieorganisatie, helpt Duyck mee de kwaliteit van het hoger onderwijs te bewaken. “In verhouding tot de investeringen doen we het zelfs fantastisch. We staan in alle rankings nog altijd in de top-100 van de wereld. Dat is om twee redenen uitzonderlijk. Ten eerste omdat we, in tegenstelling tot pakweg Stanford en Harvard, geen selectie op de studenten doen. Iedereen die dat wil, mag verder studeren in Vlaanderen, dat is in Nederland bijvoorbeeld ondenkbaar. Ten tweede hebben we in het hoger onderwijs in Vlaanderen per student 40 procent minder personeel dan elders in Europa. En toch lijdt de output daar niet echt onder.”
Dat neemt niet weg dat er ook problemen zijn. Wouter Duyck: “In het secundair onderwijs is er het PISA-onderzoek, dat al sinds 2000 wordt afgenomen, en daar kunnen we echt hardmaken dat er een leervertraging van 15 maanden is. Anders gezegd: vandaag kan een 18-jarige wat 25 jaar geleden iemand van 16,75 jaar kon. Die negatieve evolutie is nergens in Europa sterker.”
“In het hoger onderwijs hebben we die cijfers eigenlijk niet. Er is wel een peiling, de PIAAC-peiling, die nog maar twee keer werd afgenomen, bij volwassenen. Daar scoort Vlaanderen nog altijd wereldtop op. Maar als je kijkt bij de 18- tot 24-jarigen, dan merk je dat we serieus gezakt zijn. Ook bij mensen die hoger onderwijs gevolgd hebben, al is de achteruitgang daar veel milder. Bij een groot deel van de mensen die geen hoger onderwijs heeft gevolgd, is de achteruitgang echt wel immens. Er komt dus een nieuwe generatie op de arbeidsmarkt die cognitief minder sterk is dan de vorige, en dat eigenlijk voor het eerst in de geschiedenis. Vlamingen zijn de voorbije 300 jaar elke generatie slimmer, welvarender, rijker, gezonder en gelukkiger geworden. Tot nu. Het gemiddelde IQ van 18-jarigen ligt 2 à 3 IQ-punten lager dan 25 jaar geleden. Je kunt zeggen: En dan? Maar dat is gigantisch. Je merkt dat niet als je met iemand praat, en het betekent ook niet dat al onze kinderen allemaal sukkelaars gaan worden, maar op macroniveau heeft dat een grote impact op onze economische competitiviteit. Onderzoek toont aan dat 1 jaar leervertraging ongeveer 10 procent salaris kost doorheen het leven. Maar die afname van 10 procent tekent zich dus ook af in de belastingen, het RSZ, het bruto nationaal product… Het heeft dus een gigantische maatschappelijke impact.”
Vanwaar die terugval?
“Wat leervertraging betreft, is corona een deel van de verklaring. We zien die coronatik ook terug in andere landen, alleen is de situatie bij ons veel erger. Ook de thuistaal speelt een ongeloofijk belangrijke rol. 44 procent van alle kinderen in het Vlaams onderwijs spreekt thuis niet altijd Nederlands. Als je vandaag met leraren in Brussel of Antwerpen praat: die hebben 15 verschillende thuistalen voor de klas. Als je thuis een andere taal spreekt dan in de klas, dan levert dat 6 tot 9 maanden leervertraging op. De helft van onze achteruitgang kunnen we eigenlijk al terugbrengen naar thuistaal.”
Hebben we te veel ingezet op de democratisering van ons onderwijs, en te weinig op excelleren?
“Ja, en dat is ook contraproductief gebleken. Men heeft lang gedacht: Als we een beetje minder inzetten op de toppers, dan gaan ook de zwakkere leerlingen het automatisch beter doen, maar dat blijkt dus niet het geval te zijn. Zodra je minder hoge verwachtingen stelt, zie je dat die toppers achteruitgaan, maar de kwetsbare leerlingen evengoed. We verliezen langs twee kanten.”
“Wij hebben een verkeerd gelijkekansenbeleid gevoerd in ons onderwijs, met het idee dat we vooral de zwakste leerlingen naar boven moeten trekken, de anderen niet per se. Het resultaat is dat de demotivatie bij hoogbegaafden en toppers immens is. Universiteit Gent heeft bijvoorbeeld een honours-programma voor de beste studenten, met extra lessen over maatschappelijke thema’s. Ik geef daar ook weleens een lezing in. Maar dat zit eigenlijk niet in onze taakomschrijving. We hoeven dat niet te doen. Het is een beetje als een hobby die je erbij neemt. Ik vind dat straf: dat zorgen voor de beste studenten eigenlijk optioneel is voor een universiteit.”
“We zitten momenteel in dezelfde situatie als het Verenigd Koninkrijk 25 jaar geleden. In 2000 waren zij de PISA-sukkels van de klas, met barslechte resultaten op het vlak van begrijpend lezen. Dat leidde tot de zogenaamde ‘reading wars’. Men heeft toen van bovenaf beslist om opnieuw les te geven zoals vroeger. Gewoon klassiek onderwijs, en vandaag lezen kinderen er beter dan toen.”
Lezen en schrijven jongeren niet meer dan ooit tevoren?
“Ja, op TikTok en zo. Ik ben daar ook helemaal niet tegen, maar het gaat niet om dat soort tekstjes. Wel om een tekst begrijpen, een verhaal brengen, een redenering volgen, structuur aanbrengen. Zoals een essay of opstel in het onderwijs.”
“Dat begrijpend lezen is echt een drama, met de slechtste score voor 10-jarigen in heel Europa. En het is ongelooflijk dat dat nog altijd niet doordringt. De politiek is intussen wel mee, denk ik, alleen is het niet de minister van Onderwijs die beslist hoe het onderwijs eruitziet in de klas. Dat doen de onderwijsverstrekkers zelf. Ik vind dat daar onvoldoende op geantwoord wordt. Dan zegt men: Dat lezen en rekenen, dat is toch niet zo belangrijk? Het belangrijkste is dat onze kinderen gelukkig zijn. Natúúrlijk is dat belangrijk, maar onderzoek toont net aan dat kinderen die minder goed kunnen lezen later ook minder gelukkig zijn, een grotere kans op depressie en minder mentale weerbaarheid hebben. Men laat uitschijnen dat kunnen lezen en rekenen tegengesteld is aan welzijn en creativiteit, maar dat is niet zo. Als je creatieve burgers wil, dan moeten ze ook goed kunnen rekenen.”
Heeft het in tijden van AI nog zin om studenten een scriptie te laten schrijven?
“Enerzijds zijn mensen altijd bang geweest van nieuwe technologie. Bij de Grieken dacht Plato dat de introductie van boeken het menselijke geheugen kapot zou maken. Terwijl we een boek nu net het summum van klassieke wijsheid vinden. Nieuwe technologie is dus niet per definitie een probleem. ChatGPT en co. gaan ook niet meer verdwijnen. De cruciale vraag is: Wat willen we dat een master of bachelor nog kan? Als ChatGPT een literatuurstudie evengoed kan schrijven als een mens, moet het dan nog een onderdeel blijven van het curriculum? Als Siemens vandaag hersenscanners levert waarop tumoren automatisch gedetecteerd worden, beter dan radiologen dat kunnen, dan hoeven we dat radiologen voor mijn part niet meer aan te leren. Dan kunnen we hen beter andere dingen laten doen, bijvoorbeeld meer inzetten op het patiëntcontact. Maar om de output van ChatGPT te kunnen beoordelen, om daarover na te denken, ja, daarvoor heb je natuurlijk wel een aantal cognitieve basisvaardigheden nodig. Als je niet begrijpend kunt lezen, dan weet je ook niet of een antwoord van ChatGPT zinnig is of niet.”
“Hoe moeten we met AI omgaan? Ik heb daar zelf ook geen pasklaar antwoord op. We zitten nog maar in de beginfase, maar je ziet dat men daar in Azië een stuk sneller in gaat. Daar is men volop bezig om opleidingen in het hoger onderwijs futureproof te maken. Bij ons gebeurt dat vandaag hier en daar, maar niet structureel of systematisch. Integendeel, sommige opleidingsvoorzitters hebben echt geen idee wat er op ons afkomt.”
De economische meerwaarde van AI is vooralsnog beperkt.
“We gebruiken AI vandaag nog te veel als een zoekmachine op steroïden. Al gevorderde gebruikers zullen misschien een reisagent uitsparen door hun vakantie te boeken via ChatGPT, maar daarover gaat het niet. Het gaat over het herdenken van bedrijfsprocessen. Wat willen we nog door mensen laten doen, en wat door technologie? Als je kijkt naar de productiviteitsgroei in Vlaanderen: die is minder dan 1 procent gestegen ten aanzien van vorig jaar. De grote AI-revolutie moet dus nog komen.”
“Ook bij Hito, het assessmentbureau dat ik samen met mijn vrouw heb opgericht, zien we in die sector nog geen aardverschuiving. Toch moeten we daarop inzetten en blijven innoveren, ook in Vlaanderen. Want vroeg of laat zal er ergens in de wereld een HR-bureau opstaan dat wél volledig automatisch 600 assessments per dag kan doen, en dat tegen een tiende van de prijs van onze assessmentbureaus. Dan kunnen onze bureaus hier het wel schudden, natuurlijk. We kunnen dus niet anders dan die uitdaging aan te gaan. Alleen heb ik dat in Vlaanderen nog niet gezien. Ik ken geen enkel bedrijf dat vandaag al hetzelfde doet met de helft van de mensen.”

“Vroeg of laat zal er ergens in de wereld een HR-bureau opstaan dat volledig automatisch 600 assessments per dag kan doen, en dat tegen een tiende van de prijs. Dan kunnen onze bureaus hier het wel schudden.”
Wat is de impact van AI bij screening en selectie?
“In de wetenschappelijke literatuur is er eigenlijk niet zoveel veranderd. De conclusie van de oude meta-analyse van Hunter en Schmidt wordt nog steeds bevestigd: intelligentie blijkt nog altijd de beste voorspeller te zijn bij assessments, samen met work samples: iemand een tijdje de job laten uitoefenen. Natuurlijk kun je in heel veel assessmentprocedures geen jobsamples doen. Als je een CEO van een woningmaatschappij moet selecteren, kun niet vragen om even CEO te spelen. Vandaar dat assessments die peilen naar cognitieve vaardigheden nog steeds superbelangrijk zijn. De praktijk is dus niet echt veranderd.”
Welke rol kan AI spelen op het vlak van recrutering? Zijn er tools die jobsucces beter voorspellen?
“Dat is dus de heilige graal. Men is daar natuurlijk mee bezig, maar tot op vandaag heb ik nog geen wetenschappelijke studies gezien die aantonen dat AI aantoonbaar beter is dan mensen. Wat je wel ziet, is dat de innovatie en tests in eerste instantie niet langer door universiteiten, maar door bedrijven worden gedaan. De grote internationale assessmentkantoren van deze wereld vragen zich natuurlijk af of ze nog 3000 consultants nodig hebben. Daar schuilt natuurlijk ook een gevaar in.”

“Intelligentie blijkt nog altijd de beste voorspeller te zijn bij assessments, samen met work samples: iemand een tijdje de job laten uitoefenen.”
Intussen zitten we nog altijd met de MBTI en andere instrumenten die wetenschappelijk nergens op slaan.
“Dat is onuitroeibaar. Studenten bedrijfspsychologie krijgen dat tijdens hun opleiding zeker tien keer te horen. En dan komen ze in een bureau werken of bij een bedrijf, en zeggen ze ‘O, maar de klant wil dat.’ Tja, zo’n MBTI is aanlokkelijk en helder. Het ziet er goed uit. Dat is soms moeilijk. Ik weet dat de test die wij met ons bureau aanbieden wetenschappelijk beter is dan alle tests van de concurrenten, maar als ik dan naar de website van grote bedrijven kijk. Die website is… beter. Hun rapporten zijn mooier en ze lezen beter. Dat is natuurlijk marketing en PR, maar als een klant daarvoor wil betalen: prima. Ik ben er wel van overtuigd dat bedrijven die wél beter mensen selecteren een immens competitiviteitsvoordeel hebben. Je zou denken dat een bedrijf na vijf jaar samenwerken met zo’n extern bureau eens kijkt naar de rententiecijfers en de correlatie met jobprestaties… Allez, dat is toch wat ik zou doen. Maar ja, in de praktijk gebeurt dat natuurlijk niet.”
De AI Act stelt dat er altijd een menselijke beoordelaar moet zijn. Een goede zaak?
“Ik vind van niet. Het is te zeggen: in defensie spelen ethische issues, zoals drones die bestuurd worden door AI, en waarbij dus een machine beslist of je gedood wordt of niet. Maar op het vlak van selectie en werving is het volgens mij een achterhoedegevecht om te denken dat een human agent altijd het laatste woord moet hebben. Zeker als het gaat over grote bedrijven, waar honderden CV’s toekomen. Dat is alsof je bij de uitvinding van de auto zou volhouden dat er in elk dorp nog altijd zes paarden met een kar moeten rondrijden. Je kunt dat wel beslissen en eventjes volhouden, maar in Azië of in Amerika gaan ze het dan sowieso doen, waardoor onze bedrijven uit de markt geconcurreerd zullen worden.”
In de analogie met de auto is het met AI wel zo dat de wielen gestolen zijn, dat we niet weten wat er onder de motorkap zit en of de carrosserie het zal uithouden…
“Een terecht punt. Die large language models zijn natuurlijk getraind op heel veel output, waaronder die van u en mij. Dat is inderdaad intellectuele diefstal. Daar ben ik het principieel en fundamenteel mee eens. Het gebeurt ook in de wetenschap. ChatGPT schrijft wetenschappelijke artikels en plukt eigenlijk de vruchten van heel veel hard labeur. Maar ik weet niet hoe we dat ooit goed zullen krijgen. Het is tekst. De tekst staat op het internet. Het is onterecht, maar ik denk niet dat we dat nog goed krijgen.”
Tegelijk zijn we nog steeds niet in staat om goed om te gaan met schermtijd en onze smartphones.
“Twee dingen. Ten eerste: als het gaat over productiviteit, zowel in bedrijven als op school en in de klas, zijn schermen een ramp. Kijk, daarnet haperde ik ook even tijdens mijn uitleg…”
… de meldingen op uw smartphone staan niet af, merk ik. Hoe kan dat?!
“Voilà. Het is inderdaad een ramp. Ik geef het toe: ik ben verslaafd. Die meldingen zijn verschrikkelijk. Er is dus geen twijfel mogelijk dat een verbod op school een zeer goede zaak is. En op de werkvloer: zet het uit en kijk daarna. Ik geef inderdaad het slechte voorbeeld. Er is tal van onderzoek naar taakwisseling, en elke keer dat je onderbroken wordt, verlies je focus.”
Maar geen 23 minuten, zoals sommigen beweren?
“Neen. Dat klopt dus niet, dat van die 23 minuten. Ik zie sommigen daarover posten op social media en daar word ik wel wat boos om, omdat dat soort uitspraken de wetenschap niet dient. Het moet wel kloppen, vind ik. Dus ja: de afleiding is reëel, maar het effect bedraagt geen 23 minuten. We spreken over een halve minuut tot een minuut afleiding.”
Ook over de rol van sociale media bent u niet zo’n doemdenker.
“Alles wat tegenwoordig gebeurt – radicalisering, gewelddadige jongeren in Brussel, eetstoornissen bij meisjes… – het is allemaal de schuld van social media. En dat is gemakkelijk, want je hebt altijd een zondebok. Maar als je het onderzoek bekijkt, valt dat nog wel mee. Er zijn intussen drie, vier meta-analyses met betrekking tot smartphonegebruik en mentaal welzijn. En ja, er is een verband tussen social media en welzijn, maar de correlatie is .10. Dat wil zeggen dat schermgebruik 1 procent van het mentale welzijn verklaart. 1 procent. Het zijn bovendien correlaties, wat niet per se duidt op een oorzakelijk verband. Het zou bijvoorbeeld ook kunnen dat depressieve mensen vaker op social media zitten in plaats van omgekeerd. Daarom vind ik het onvoorstelbaar dat er politici zijn die dat willen verbieden. En ook: hoe ga je dat doen? Je kunt geen politieagent in elke woonkamer zetten, toch? Je moet kinderen ermee leren omgaan. Sommige ouders zeggen: Als ik mijn kinderen met rust laat, dan zitten ze 6 uur per dag op hun gsm. Wel, als ik mijn zoon zijn gang laat gaan, dan eet hij ook acht magnums op een dag. Enfin, nu niet meer, hij is 22, maar het punt is dat je als ouder moet kunnen zeggen: Een half uur TikTok en een half uur Instagram en dan is het genoeg geweest. Dat is opvoeding. Maar de idee dat je dat met een wet kunt doen, is compleet absurd.”
“Ik ben een empirist. Ik ben niet a priori voor of tegen smartphones. Als de cijfers anders zeggen, dan zal ik mijn mening bijstellen. Dat is natuurlijk een comfortabele positie als wetenschapper, besef ik. En ik vind ook wel dat we dat soort dingen moeten blijven onderzoeken, zeker bij zoiets intrusiefs als smartphones.”
Maar als u er al niet in slaagt om uw smartphonegebruik onder controle te houden, hoe moet een kind van 13 dat dan kunnen?
“Kinderen van 13 kunnen dat inderdaad niet. Net zoals ze dus zelf een overdaad snoep moeilijk aankunnen. Daarvoor dienen ouders en opvoeding. Het is aan hen om die rol te spelen, precies omdat wij zelf als volwassenen ervaren hoe moeilijk dat is zonder extern gezag. Alleen is dat ouderlijk gezag, afgestemd op kind en context. Het is niet aan politici om te beslissen dat een belangrijk deel van de leefwereld van jongeren niet meer mag bestaan.”
LEES MEER OP HRSQUARE.BE
- Kennelijk onredelijk ontslag: het arbeidshof bevestigt de beperkte appreciatiemarge van de rechter in het kader van een reorganisatie
- 1 op de 3 werkende Belgen was het afgelopen jaar met ziekteverlof om mentale gezondheidsredenen
- “Communiceer proactief, voor anderen dat in je plek doen”
- “Vlaamse kmo’s geloven sterk in AI, maar missen richting”
- Liberale vakbond ACLVB wordt SYNOVA