Concurrentie tijdens arbeidsovereenkomst: wanneer overschrijdt een werknemer de grenzen van de goede trouw en die tussen een louter voorbereidende handeling en effectieve concurrentie?

Het ging het over een commercieel medewerkster die haar arbeidsovereenkomst had opgezegd met een opzegtermijn. De werkgever, die actief was in de houthandel, ontdekte vervolgens dat de werkneemster nog voor haar ontslagname een concurrerende onderneming had opgericht en dat deze onderneming bovendien houtsoorten had aangeboden aan een van haar klanten.
De werkgever was van mening dat de loutere oprichting door de werkneemster van een concurrerende onderneming tijdens haar arbeidsovereenkomst reeds als een concurrerende activiteit moest worden beschouwd en bijgevolg het ontslag om dringende reden rechtvaardigde. Daarenboven had de werkneemster volgens de werkgever ook effectief concurrerende handelingen gesteld doordat de medezaakvoerder van de werkneemster in naam van de concurrerende onderneming houtsoorten via e-mail had aangeboden aan een klant van de werkgever.
De werkneemster betwistte evenwel dat de deelname aan de oprichting van een eventueel concurrerende onderneming voldoende was om te kunnen spreken van een dringende reden. Zij argumenteerde dat opdat er sprake zou kunnen zijn van een dringende reden, de werkgever diende te bewijzen dat de werkneemster effectief concurrerende handelingen had gesteld in het kader van de potentieel concurrerende vennootschap die zij samen met anderen had opgericht. Van dergelijke concurrerende handelingen was er volgens de werkneemster helemaal geen sprake, aangezien niet de werkneemster zelf, maar wel haar medezaakvoerder de klant van de werkgever via e-mail had benaderd. De werkneemster hield vol dat zij op non-actief stond in de onderneming zolang zij nog werkzaam was bij de werkgever en de handelingen van haar medezaakvoerder niet zomaar aan haar konden worden aangerekend.

De arbeidsrechtbank oordeelde dat het feit dat de werkneemster tijdens haar arbeidsovereenkomst een concurrerende onderneming had opgericht op zich als een voorbereidende handeling kon worden beschouwd en dus niet als een concurrerende activiteit. Dit toonde voor de arbeidsrechtbank wel aan dat de werkneemster reeds op dat moment de intentie had concurrerende activiteiten te gaan uitoefenen, terwijl ze haar arbeidsovereenkomst pas vijf maanden later had opgezegd.
Het feit dat de medezaakvoerder van de werkneemster een klant van de werkgever had benaderd, beschouwde de arbeidsrechtbank als een concurrerende handeling. De arbeidsrechtbank was van oordeel dat de werkneemster zich niet kon verschuilen achter het feit dat niet zijzelf, maar wel haar medezaakvoerder de klant van de werkgever had benaderd. Volgens de arbeidsrechtbank was het immers volstrekt ongeloofwaardig dat de werkneemster van deze concurrerende handelingen geen weet zou hebben gehad.
De arbeidsrechtbank benadrukte dat de arbeidsovereenkomst van de werkneemster een concurrentiebeding bevatte. Zij leidde hieruit af dat de werkneemster wist dat zij (tenzij haar werkgever hiervan afstand zou doen) hoe dan ook pas over een jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst een concurrerende activiteit zou kunnen uitoefenen. Niettemin nam zij al deel aan een concurrerende activiteit terwijl haar arbeidsovereenkomst nog liep.
Gelet op de gegeven omstandigheden, was de arbeidsrechtbank van oordeel dat de werkneemster de grenzen van de goede trouw had overschreden en de werkgever bijgevolg terecht was overgegaan tot het ontslag om dringende reden.

In dit vonnis bevestigt de arbeidsrechtbank in eerste instantie dus nogmaals dat het een werknemer verboden is om tijdens de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst een concurrerende activiteit uit te oefenen. De arbeidsrechtbank volgt evenwel niet het standpunt van de werkgever dat de oprichting van een concurrerende vennootschap voldoende is om te kunnen spreken van een concurrerende activiteit. Volgens de arbeidsrechtbank mag de werknemer immers wel bepaalde handelingen stellen ter voorbereiding van een concurrerende activiteit die bestemd is om plaats te vinden na zijn arbeidsovereenkomst, zoals het oprichten van een vennootschap, maar ook het nemen van een participatie in een concurrerende vennootschap, het inwinnen van bepaalde inlichtingen of het voeren van bepaalde onderhandelingen.
Het doorslaggevend criterium voor de arbeidsrechtbank is het daadwerkelijk aanvatten van de concurrerende activiteit. Het feit dat de onderneming die de werkneemster mee oprichtte een van de klanten van de werkgever had benaderd, was voldoende om te kunnen spreken van effectieve concurrentie. Of het nu de werkneemster zelf dan wel haar medezaakvoerder was die de klant van de werkgever had benaderd, deed hierbij niet ter zake, althans naar het oordeel van de arbeidsrechtbank van Gent.
Zij wijkt met deze uitspraak aldus af van vroegere rechtspraak die oordeelt dat de loutere oprichting van een concurrerende onderneming een concurrerende activiteit uitmaakt en dus een ontslag om dringende reden rechtvaardigt.

Arbrb. Gent, afdeling Gent 17 oktober 2019, 18/953/A, onuitg.

Sofie Vitse
Medewerker
Claeys & Engels

Manager HR BP

Meat & More

Aanmelden

Als lid van HR Square hebt u ook de mogelijkheid de digitale versie alsook de archieven van het tijdschrift te raadplegen via onze website.

Workshop

Loïc Vlassakoudis

Vivalia

Loïc Vlassakoudis est Directeur des Ressources Humaines chez Vivalia, l’organisation intercommunale luxembourgeoise qui regroupe 7 sites hospitaliers, une polyclinique et des différentes maisons de repos. Situé entre le Grand-Duché et la France, et dans un secteur où la guerre des talents fait déjà rage, Loïc va expliquer comment Vivalia parvient néanmoins à attirer et à fidéliser une équipe motivée, pour qui satisfaction au travail et bien-être sont des priorités.

Workshop

Pierre Leman

Cliniques universitaires Saint-Luc

Politique de gestion de l’absentéisme à Saint-Luc face à la nouvelle règlementation

Le secteur des soins de santé est traditionnellement confronté à des taux d’absentéisme élevés, ce qui n’est pas une fatalité ni une réalité au sein des Cliniques universitaires Saint-Luc. Par ailleurs, un ensemble de nouvelles mesures et obligations en la matière sont entrées en vigueur.  Dans ce cadre, un projet pilote a été lancé en 2025 à Saint-Luc afin de mieux gérer l’absentéisme au travers de sa politique « Cultiver le lien » et de ses outils. Fort de son succès, l’hôpital a décidé de déployer sa nouvelle approche à l’échelle de toute l’institution dès 2026.  Dans son keynote,  Pierre Leman, Directeur des Ressources Humaines aux Cliniques universitaires Saint-Luc, présentera en détail cette nouvelle politique de gestion de l’absentéisme.

Ben jij klaar om helemaal mee te zijn in de wereld van HR? HR Square Nieuwsbrief brengt je tweewekelijks een overzicht van de belangrijkste feiten, trends en gebeurtenissen in HR-land.

Bovendien krijg je een handige lijst van must-attend HR-events, zodat je niets hoeft te missen.

Gratis in je mailbox. Het enige wat je hoeft te doen is je registreren!