In een arrest van 9 september 2008 oordeelde het Hof van Cassatie dat de verdragsrechtelijke bescherming van privécommunicaties op zich niet belet dat een privégesprek wordt opgenomen door één van de deelnemers aan het gesprek, ook al gebeurt deze opname zonder medeweten van de andere deelnemers. Niettemin besluit het Hof van Cassatie dat het ‘gebruik’ van dergelijke opnames wel ongeoorloofd kan zijn. Om uit te maken of het gebruik regelmatig is, moet rekening worden gehouden met de feiten en met het criterium van de ‘redelijke privacyverwachting’ (wat onder meer betrekking heeft op de inhoud en de omstandigheden waaronder het telefoongesprek plaatsvond).
Het nieuw gehanteerde begrip van de ‘redelijke privacyverwachting’ kan ertoe leiden dat de hoven en rechtbanken minder streng zullen oordelen over werkgevers in deze context. Werknemers die zich schuldig maken aan ernstige fouten, kunnen zich immers moeilijker beroepen op deze ‘redelijke privacyverwachting’.
Aangezien ook e-mailcorrespondentie met een privékarakter kan worden beschouwd als privécommunicatie, zou dit arrest ook kunnen worden ingeroepen m.b.t. e-mail. Het blijft voorlopig nog uitkijken hoe de rechtspraak van de arbeidshoven en arbeidsrechtbank dit criterium in de praktijk zullen toepassen, te meer nu het cassatiearrest werd geveld in het kader van een strafprocedure. Wordt ongetwijfeld vervolgd…
Hof van Cassatie, 9 september 2008, P 08.0276.N/1