Een werknemer had op vraag van zijn werkgever een Yahoo Messenger-account aangemaakt om vragen van klanten te beantwoorden. Een interne policy van de werkgever schreef voor dat bedrijfsgoederen en -computers enkel voor professionele doeleinden konden worden aangewend.
Een controle van dit account door de werkgever wees uit dat de werknemer deze veelvuldig had gebruikt tijdens de werkuren om privégesprekken te voeren via e-mail en chat. Daarop werd hij ontslagen.
De werknemer vocht zijn ontslag aan omdat hij meende dat zijn recht op privacy was geschonden. Volgens het EHRM heeft een werkgever het recht om in het kader van zijn gezagsrecht na te gaan of een werknemer zich tijdens de werkuren wel bezighoudt met zijn professionele activiteiten.
Dit kan bijvoorbeeld door een controle uit te voeren van het e-mail- en chataccount van de werknemer. In dit geval mocht de werkgever ervan uitgaan dat er zich enkel professionele berichten in het account bevonden, aangezien dit zo was opgelegd aan de werknemer en deze ook had ontkend zijn professionele account voor privédoeleinden te hebben gebruikt.
Het arrest van het EHRM geeft de werkgever evenwel geen carte blanche om de e-mails en chatberichten van werknemers te controleren. De inmenging in het privéleven dient steeds te voldoen aan de beginselen van legaliteit, finaliteit en proportionaliteit. Belgische werkgevers moeten daarnaast in het bijzonder ook rekening houden met cao 81 van 26 april 2002.
Bron: Claeys & Engels (claeysengels.be)