Het arbeidshof van Antwerpen heeft zich recent opnieuw gebogen over de verdeling van de bewijslast bij een discriminatie claim. De werknemer in kwestie leed aan morbide obesitas en het slaapapneusyndroom en beweerde dat hij bij zijn ontslag gediscrimineerd werd op basis van het beschermde criterium van handicap, of op zijn minst vanwege zijn huidige en/of toekomstige gezondheidstoestand.
Feiten
Een werknemer was in dienst als arbeider-chauffeur bij de vuilnisophaling. Zijn functie bestond erin om met een vrachtwagen met een kraan afval in (rol)containers op te halen. De werknemer vervulde deze rol alleen en moest regelmatig in en uit zijn vrachtwagen stappen om het afval op te halen. Vanwege zijn morbide obesitas en slaapapneu was hij sinds zijn indiensttreding echter vaak afwezig wegens arbeidsongeschiktheid. De werkgever besloot vervolgens om zijn arbeidsovereenkomst te beëindigen.
De werkgever bracht de werknemer vervolgens ook op de hoogte van de redenen voor het ontslag, waarbij de lage rendabiliteit van de dienstverlening van de werknemer werd benadrukt in vergelijking met het bedrijfsgemiddelde. Hierdoor moest de werkgever herhaaldelijk extra middelen inzetten en collega-chauffeurs vragen om extra inspanningen te leveren om de service aan klanten te handhaven. Deze ondermaatse prestaties werden vastgelegd door de boordcomputer van de vrachtwagen van de werknemer, die verschillende gegevens nauwlettend monitorde.
Vonnis van de arbeidsrechtbank
De werknemer was het echter oneens met deze reden en leidde een procedure in bij de arbeidsrechtbank te Antwerpen. In eerste aanleg heeft de rechtbank de eisen van de werknemer ingewilligd, en veroordeelde de werkgever tot de betaling van een schadevergoeding van 17.168, 97 EUR wegens ontslag op grond van handicap en een schadevergoeding 17.168, 97 EUR wegens weigering van redelijke aanpassingen.
Oordeel van het arbeidshof
De werkgever tekende beroep aan bij het arbeidshof van Antwerpen. Het arbeidshof oordeelde in dit verband als volgt:
Over de bewijslast
Het hof herhaalde dat de prima facie bewijslast bij het slachtoffer van de discriminatie ligt. Het arbeidshof stelde dat er alleen sprake kan zijn van een omkering van de bewijslast nadat het slachtoffer feiten heeft bewezen die het bestaan van discriminatie doen vermoeden. De bewijslast lag derhalve in de eerste plaats bij het slachtoffer, in casu bij de werknemer. De door hem aangevoerde feiten moesten zodoende voldoende sterk en pertinent zijn.
In dit geval heeft het Hof vastgesteld dat hoewel de werknemer een omvangrijke bundel van medische attesten en verslagen aanvoerde die zijn klachten documenteerden, deze geen weerslag aantoonden van zijn zwaarlijvigheid op zijn beroepsactiviteit, waardoor er geen handicap werd aangetoond.
Bovendien concludeerde het Hof dat van de werkgever niet kon worden verwacht op de hoogte te zijn van de handicap van de werknemer, louter op basis van zijn frequente afwezigheid en zijn verzoek om een aangepast arbeidsregime. Dit werd verder ondersteund door het feit dat de werknemer bij aanvang van zijn dienstverband als geschikt werd beschouwd voor de uitoefening van zijn functie door de preventieadviseur-arbeidsarts.
Als gevolg hiervan slaagde de werknemer er niet in om de vaststaande feiten aan te tonen die een vermoeden van discriminatie op basis van zijn (beweerde) handicap gerechtvaardigd zouden kunnen hebben. Bijgevolg werd de bewijslast niet omgekeerd, en diende de werknemer zelf de bewijslast te dragen voor de aangevoerde discriminatie wegens zijn handicap, die hij evenwel niet aantoonde.
Het arbeidshof oordeelde daarom dat de eis tot betaling van een schadevergoeding wegens discriminatie en weigering van redelijke aanpassingen ongegrond was en hervormde zodoende het bestreden vonnis. De werknemer werd veroordeeld tot het betalen van de kosten van de procedure.
Conclusie
Dit arrest bevestigt dat de prima facie bewijslast bij het slachtoffer van de discriminatie ligt. Hij dient vaststaande feiten te bewijzen die een discriminatie op grond van een (beweerde) handicap kan doen vermoeden. Alleen als de werknemer hierin slaagt, kan de bewijslast worden omgekeerd. Zo niet, dan draagt het slachtoffer zelf de bewijslast van de aangevoerde discriminatie wegens handicap.
Arbeidshof van Antwerpen (afdeling Antwerpen), 26 juni 2023, AR 2022/AA/169, UNIA.

Mandika Van Wallendael
Advocaat