Om het personeelsbeleid in een organisatie te doen slagen, is het belangrijk iedere leeftijdscategorie op een aparte manier te benaderen en te zorgen dat elke generatie haar waarde kan behouden. Een succesvol intergenerationeel personeelsbeleid wordt dan ook gekenmerkt door flexibiliteit en openheid.
Elke leeftijdsgroep heeft zijn eigen cognitieve vaardigheden en capaciteiten, die moeten op de werkvloer maximaal benut en ontwikkeld kunnen worden. Het heeft immers geen zin de oudere generaties te willen omscholen tot technische ‘whizzkids’ of van jonge werknemers dezelfde ervaring als de ouderen te verwachten.
Naast jobinhoud, heeft iedere leeftijdscategorie ook haar eigen verwachtingen op het vlak van persoonlijke ontwikkeling. Zo verschilt, bijvoorbeeld, de verhouding werk-privé van generatie tot generatie. Medewerkers kunnen zich pas binden aan een bedrijf als ze het idee hebben dat er geluisterd wordt naar hun persoonlijke noden en wensen. Dat is geen gemakkelijke opdracht, je moet niet alleen rekening houden met het verschil tussen de oudste en de jongste generatie, ook iedereen die daartussenin komt, moet zich aangetrokken kunnen voelen.
Hoe aantrekkelijker een job, hoe meer voldoening hij werknemers geeft. En voldoening creëert op haar beurt weer flexibiliteit. Het is dus belangrijk een HR-beleid te creëren dat opgebouwd is uit voorwaarden die het bedrijf aantrekkelijk maken: continue opleiding, ontwikkeling, uitwisseling van kennis en vaardigheden. Een goed intergenerationeel personeelsbeleid getuigt dus van een uitgekiende strategie.
Men moet als bedrijf over de verschillende leeftijdsgroepen heen werken en het beste uit elke generatie samenbrengen tot een uitgebalanceerd geheel.