Lisa Schevenels, Advocaat, Claeys & Engels
In een arrest van 6 februari 2023 onderzocht het Hof van Cassatie of een rechter bij de beoordeling van een dringende reden zomaar mag weigeren om de door de werkgever geleden schade te betrekken bij de beoordeling van de ernst van de tekortkoming.
De wet bepaalt dat onder dringende reden wordt begrepen: de ernstige tekortkoming die elke professionele samenwerking tussen de werkgever en de werknemer onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt. Dit is met andere woorden de welgekende “zware fout” of “ernstige tekortkoming”. Bij betwisting is het de rechter die moet oordelen of de aangevoerde tekortkoming(en) al dan niet voldoende zwaarwichtig is (zijn) om de professionele samenwerking tussen werkgever en werknemer onmiddellijk en definitief onmogelijk te maken.
Het is vaststaande rechtspraak dat bij deze beoordeling rekening moet gehouden worden met alle concrete omstandigheden: de ene dringende reden is de andere niet. Een case-by-case beoordeling is dus steeds vereist.
In de zaak die aanleiding heeft gegeven tot het arrest van het Hof van Cassatie ging het om een werkneemster die ontslagen werd om dringende reden omdat zij had nagelaten om een btw-aangifte tijdig in te dienen; haar leidinggevende vervolgens niet op de hoogte had gebracht van de daaruit voortvloeiende boete; niet het nodige had gedaan om de ambtshalve aanslag te betwisten; geen provisie had aangelegd conform de interne regels, enz. De werkgever benadrukte dat hij door deze feiten meer dan 70.000 EUR moest ophoesten en dus aanzienlijke schade had geleden.
Het arbeidshof was vooreerst van mening dat de werkgever de verweten fouten kon aantonen. Opmerkelijk was echter dat het hof vervolgens stelde dat de werkgever ook kon bewijzen dat hij aanzienlijke schade had geleden als gevolg van deze fouten, maar dat deze schade per definitie irrelevant zou zijn voor de beoordeling van de ernst van de feiten. Het arbeidshof besloot dat de feiten de professionele samenwerking niet onmiddellijk en definitief onmogelijk maakten. Het ontslag om dringende reden werd dus niet aanvaard.
Het Hof van Cassatie ging niet akkoord met deze uitspraak. Hoewel de beoordeling van een dringende reden hoe dan ook een feitenkwestie is waarover het Hof van Cassatie zich niet kan uitspreken, heeft zij in haar arrest van 6 februari 2023 een aantal principes in herinnering gebracht en verduidelijkt.
Vooreerst herhaalt het Hof van Cassatie dat het feit dat het ontslag om dringende reden rechtvaardigt, de tekortkoming betreft, rekening houdend met alle omstandigheden die daarvan een dringende reden kunnen maken. Nieuw is dat het Hof van Cassatie verder expliciet zegt dat de eventuele schade die de fout heeft veroorzaakt aan de werkgever, een dergelijke omstandigheid kan uitmaken die in rekening gebracht moet worden bij de beoordeling van de ernst van de tekortkoming.
De (omvang van) de schade kan dus eventueel een rol spelen bij de beoordeling van de vraag of de fout al dan niet voldoende ernstig is om een ontslag om dringende reden te rechtvaardigen.
Het Hof van Cassatie benadrukt dat voor de beoordeling van een dringende reden:
- de wet als dusdanig niet vereist dat de werkgever schade heeft geleden door de ernstige tekortkoming die de werknemer verweten wordt;
- anderzijds niets belet dat de rechter bij de beoordeling van de ernst van de tekortkoming wel nagaat of de werkgever hierdoor schade heeft geleden.
Het Hof van Cassatie besluit dat het dus niet correct was dat het arbeidshof weigerde rekening te houden met de eventuele schade om de zwaarte van de fout te beoordelen en vernietigt het bestreden arrest.
Deze uitspraak betekent niet dat een fout die grote schade heeft veroorzaakt, steeds een ontslag om dringende reden zal verantwoorden. Omgekeerd is het ook niet zo dat een ontslag om dringende reden per definitie onterecht zou zijn, louter omdat de werkgever geen nadeel zou lijden door de fout van de werknemer.
De centrale vraag blijft of de tekortkoming zodanig ernstig is dat de professionele samenwerking onmiddellijk en definitief onmogelijk is geworden, rekening houdend met alle concrete omstandigheden en dus desgevallend ook met (de omvang van) de schade. Een beoordeling geval per geval blijft noodzakelijk.
Hof van Cassatie 6 februari 2023, S.18.0095.N, www.juportal.be

Lisa Schevenels
Advocaat
Claeys & Engels