Maar zo eenvoudig ligt het ook niet. Aan de rooskleurige zijde van het plaatje hangen de volgende voorwaarden vast:
de deeltijdwerker heeft de vrije keuze en maakt deze zelf
hij/zij bezet een relatief sterke positie op de arbeidsmarkt
hij/zij geniet wettelijke bescherming tegen discriminatie.
Zijn deze voorwaarden niet vervuld, dan wordt het beeld veel somberder. Met het vrijwillige karakter van deeltijdwerk lijkt het nogal mee te zitten: volgens het EWCO-onderzoek verkeert slechts 14% van de Europese deeltijdwerkers onvrijwillig in die positie, wegens een gebrek aan passende voltijdbanen. Maar het banenaanbod is vaak van een lagere kwaliteit:
deeltijdbanen zijn dikwijls monotoner
kansen tot opleiding en ontwikkeling zijn beperkter
verantwoordelijkheden en carrièrekansen liggen lager
relatieve werkzekerheid is kleiner
er zijn minder contracten van langere duur.
Parttimers zijn vooral te vinden in de lagere inkomenscategorieën. Ze zijn ook vaker betrokken bij avondwerk, nachtwerk en weekendwerk. Rozengeur en maneschijn?