Discriminatie op basis van sociale afkomst

Gevallen van discriminatie op basis van geslacht, geloof, ‘ras’, leeftijd en huidige of toekomstige gezondheidstoestand nemen wellicht het leeuwendeel van de discriminatiegeschillen in en zijn in ieder geval het meest mediageniek. In totaal bestaan er echter 19 ‘beschermde criteria’, gaande van de hierboven genoemde ‘usual suspects’ tot minder bekende gronden als ‘vermogen’, ‘fysieke of genetische eigenschap’ en ‘sociale afkomst’. Een direct of indirect onderscheid op basis van die minder bekende criteria is evengoed verboden, indien dat onderscheid niet objectief gerechtvaardigd kan worden door een legitiem doel en/of de middelen daarvoor niet passend of noodzakelijk zijn.

Dat deze criteria ook in arbeidsrelaties relevant kunnen zijn, blijkt uit een recent vonnis van de arbeidsrechtbank van Luik op 10 november 2016. In dat geschil diende de rechtbank zich uit te spreken over de toepassing van twee tot dusver weinig ingeroepen discriminatiegronden: sociale afkomst en geboorte.

Familie

De heer W., infograficus, solliciteerde bij een onderneming die voor die functie een jobaanbieding had gepubliceerd. De betrokkene ontving als antwoord op zijn sollicitatie een e-mail die zijn kandidatuur afwees in niet mis te verstane bewoordingen. Meer bepaald werd hem meegedeeld dat aangezien hij behoorde tot de familie W. (blijkbaar actief in het drukkerijwezen) en de achternaam W. droeg, hij nooit zou worden aangeworven door de onderneming omdat die familie uit ‘oneerlijke mensen’ zou bestaan en dat die ‘oneerlijkheid’ ook op hem als familielid afstraalde. De heer W. was kennelijk niet gediend met die afwijzing en stelde een vordering in tot schadevergoeding wegens rechtstreekse discriminatie op basis van sociale afkomst en geboorte.

Het verweer van de onderneming tegen de vordering bestond er in essentie in dat het behoren tot een bepaalde familie geen beschermd criterium is op grond waarvan discriminatie verboden is, en dat de familienaam geen deel uitmaakt van de sociale afkomst van een persoon. De arbeidsauditeur adviseerde echter om de heer W. in het gelijk te stellen, en stelde dat de discriminatiewetgeving tot doel heeft om personen die zich in gelijkaardige situaties bevinden niet op een verschillende manier te behandelen. De arbeidsauditeur meende dat de heer W. manifest gediscrimineerd werd op basis van zijn familienaam en dat dit criterium wel degelijk deel uitmaakt van de sociale afkomst.

Bewijzen

De arbeidsrechtbank volgde het advies van de arbeidsauditeur en willigde de vordering van de heer W. in. Vooreerst stelt de arbeidsrechtbank vast dat het rekruteringsproces vanzelfsprekend onder het toepassingsgebied van de discriminatiewetgeving valt. Na in herinnering te hebben gebracht dat een direct onderscheid op basis van een beschermd criterium (zoals geboorte of sociale afkomst) een directe discriminatie uitmaakt indien het onderscheid niet wordt gerechtvaardigd door een legitiem doel en/of de gebruikte middelen niet passend of noodzakelijk zijn, bespreekt de arbeidsrechtbank de verdeling van de bewijslast tussen de partijen.

Meer bepaald stelt de arbeidsrechtbank: indien de werknemer aantoont dat hij tot een bepaalde groep (bijvoorbeeld op basis van sociale afkomst) behoort, is zijn situatie vergelijkbaar met die van een werknemer die niet tot die groep behoort en is er een verschil in behandeling. Dan is er een vermoeden van discriminatie in welk geval het aan de werkgever is om te bewijzen dat daarvan geen sprake was.

De arbeidsrechtbank concludeert dat de heer W. aantoont dat men zijn kandidatuur zelfs niet in overweging heeft willen nemen, louter wegens het feit dat hij behoort tot een bepaalde familie. Dat maakt volgens de arbeidsrechtbank een directe discriminatie uit, die niet kan worden gerechtvaardigd. Om de gevorderde schadevergoeding van 6 maanden loon te kunnen begroten, heropent de arbeidsrechtbank de debatten om de partijen toe te laten bewijs bij te brengen omtrent het loon dat verbonden was aan de bewuste jobaanbieding.

■ Arbeidsrechtbank van Luik, 10 november 2016

■ Auteur: Martijn Baert (Claeys & Engels)

 

 

Senior Accountant

KoWala Productions

Aanmelden

Als lid van HR Square hebt u ook de mogelijkheid de digitale versie alsook de archieven van het tijdschrift te raadplegen via onze website.

Keynote

Eva Geluk

Antwerp Management School

La professeure Eva Geluk est titulaire de la chaire « Mental Health at Work » à l’Antwerp Management School. Elle est une experte très sollicitée dans les domaines du bien-être, de la prévention du burn-out et de la réintégration après une absence de longue durée.

Dans cette intervention, elle aborde en détail le bien-être mental et le rôle souvent négligé des dirigeants dans ce domaine. Comment veiller à ce que les collaborateurs se sentent bien dans leur peau ? Quelles sont les bonnes et les mauvaises pratiques qui renforcent ou, au contraire, sapent le bien-être mental des collaborateurs (et de leurs dirigeants) ? Et quel rôle revient aux responsables des ressources humaines ?

S’appuyant sur un cadre de référence scientifique et de nombreux exemples tirés de la pratique (Eva a interrogé plus de 70 cadres, responsables RH et employés dans le cadre de ses recherches), elle présente à Corporate Wellbeing le meilleur des deux mondes.

Workshop

Loïc Vlassakoudis

Vivalia

Loïc Vlassakoudis est Directeur des Ressources Humaines chez Vivalia, l’organisation intercommunale luxembourgeoise qui regroupe 7 sites hospitaliers, une polyclinique et des différentes maisons de repos. Situé entre le Grand-Duché et la France, et dans un secteur où la guerre des talents fait déjà rage, Loïc va expliquer comment Vivalia parvient néanmoins à attirer et à fidéliser une équipe motivée, pour qui satisfaction au travail et bien-être sont des priorités.

Workshop

Pierre Leman

Cliniques universitaires Saint-Luc

Politique de gestion de l’absentéisme à Saint-Luc face à la nouvelle règlementation

Le secteur des soins de santé est traditionnellement confronté à des taux d’absentéisme élevés, ce qui n’est pas une fatalité ni une réalité au sein des Cliniques universitaires Saint-Luc. Par ailleurs, un ensemble de nouvelles mesures et obligations en la matière sont entrées en vigueur.  Dans ce cadre, un projet pilote a été lancé en 2025 à Saint-Luc afin de mieux gérer l’absentéisme au travers de sa politique « Cultiver le lien » et de ses outils. Fort de son succès, l’hôpital a décidé de déployer sa nouvelle approche à l’échelle de toute l’institution dès 2026.  Dans son keynote,  Pierre Leman, Directeur des Ressources Humaines aux Cliniques universitaires Saint-Luc, présentera en détail cette nouvelle politique de gestion de l’absentéisme.

Ben jij klaar om helemaal mee te zijn in de wereld van HR? HR Square Nieuwsbrief brengt je tweewekelijks een overzicht van de belangrijkste feiten, trends en gebeurtenissen in HR-land.

Bovendien krijg je een handige lijst van must-attend HR-events, zodat je niets hoeft te missen.

Gratis in je mailbox. Het enige wat je hoeft te doen is je registreren!