Meer dan verdubbeling
Tussen oktober 2008 en februari 2009 was er meer dan een verdubbeling van het aantal arbeiders in economische werkloosheid (+ 120 procent). Gemiddeld waren deze arbeiders ook langer economisch werkloos. Het totaal aantal dagen steeg in deze periode met 140 procent.
Voor de crisis was per maand gemiddeld zes procent van de arbeiders economisch werkloos. In oktober 2008 steeg dat percentage tot negen procent. Eind februari 2009 lag het cijfer op 21 procent.
Dat wil zeggen dat in februari één op de vijf arbeiders economisch werkloos was. Gemiddeld waren deze arbeiders in februari zes dagen werkloos. Normaal zijn ze gemiddeld vier tot vijf dagen per maand werkloos.
Economische werkloosheid laat zich nog op een andere manier berekenen: als de verhouding tussen het aantal dagen economische werkloosheid en het totaal aantal te werken dagen in een jaar (= gemiddeld 220 dagen, vakantiedagen inclusief, zonder overuren). Zo is er sprake van een verdrievoudiging van de economische werkloosheid tussen oktober 2008 (2,22 procent) en februari 2009 (6,2 procent).
Meer grote ondernemingen getroffen
In de regel maakten kmo’s meer gebruik van het stelsel van de economische werkloosheid dan grote ondernemingen. SD Worx stelde vast dat het percentage economische werkloosheid bij bedrijven met minder dan 20 werknemers op 1,84 procent lag. Bij ondernemingen met 50 tot 99 werknemers lag dit percentage op 1,63 en bij bedrijven met 500 tot 999 medewerkers op 1,56 procent.
Economische werkloosheid kwam dus vooral voor in de kleinste kmo’s. Door de crisis is de verhouding nu omgekeerd: relatief meer grote ondernemingen gebruiken economische werkloosheid als buffer tegen ontslag. SD Worx staaft dit ook met cijfers. In bedrijven met 500 tot 999 werknemers ligt het percentage economische werkloosheid op 5,69 procent. In bedrijven met 100 à 249 werknemers daalt dit tot 4,29 procent. Bedrijven met 1000 of meer medewerkers klokken af op 3,94 procent.