Sommigen gebruiken die voor korte periodes (zoals palliatief verlof), anderen voor één jaar of meerdere jaren. Dat blijkt uit cijfers van het ministerie van Onderwijs die de Corelio-kranten (De Standaard, Het Nieuwsblad) konden inkijken. De cijfers slaan enkel op personen die rechtstreeks betaald worden door het ministerie van Onderwijs.
In drie op de vier gevallen gaat het om deeltijdse onderbreking van de loopbaan. De traditionele voltijdse loopbaanonderbreking komt maar op de achtste plaats met bijna 1500 gevallen.
De vier meest gebruikte formules zijn: deeltijdse loopbaanonderbreking, verlof voor verminderde prestaties om sociale of familiale redenen, gedeeltelijke loopbaanonderbreking voor 50-plussers en afwezigheid voor verminderde prestaties om persoonlijke aangelegenheden.
De meerderheid van de 17 formules richt zich ofwel op ‘het verzoenen van arbeid en gezin’ ofwel op 50-plussers. Palliatief verlof en vergelijkbare formules worden niet zoveel gebruikt.
Op drie schooljaren (2006-2009) is het totale aantal loopbaanonderbrekers nog met 10 procent gegroeid.
De loopbaanonderbreking bestaat in even sterke mate in de ambtenarij en in de gezondheids- en welzijnssectoren en in mindere mate ook in de privésector. Maar nergens worden ze zoveel gebruikt als in het onderwijs, althans door de vastbenoemden.
Bron: De Standaard