Een vordering tot betaling van een opzeggingsvergoeding instellen: binnen één of vijf jaar ?

Rechtspraak

Camille Verplaetse, Advocaat, Claeys & Engels

Overeenkomstig artikel 15 van de Arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978 verjaren de vorderingen voortvloeiend uit de arbeidsovereenkomst één jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst. Op grond van artikel 2262bis §1 tweede lid van het Burgerlijk Wetboek jo. Artikel 26 van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering verjaren alle burgerlijke vorderingen voortvloeiend uit een misdrijf slechts na vijf jaar. De vijfjarige termijn is dus enkel van toepassing indien er sprake is van een misdrijf.

Om te weten welke verjaringstermijn van toepassing is op de opzeggingsvergoeding, stelt zich de vraag of het niet betalen van de opzeggingsvergoeding, net zoals het niet betalen van het loon, een misdrijf is.

Vóór de inwerkingtreding van het Sociaal Strafwetboek op 1 juli 2011 was de rechtspraak unaniem over het antwoord op deze vraag: terwijl de niet-betaling van het loon van de werknemer (voorzien in de Loonbeschermingswet) een feit is dat strafrechtelijk wordt bestraft, werd de betaling van de opzeggingsvergoeding niet strafbaar gesteld door de wetgever (aangezien dit niet geregeld werd in de Loonbeschermingswet, maar in artikel 39 van de Arbeidsovereenkomstenwet). De redenering is als volgt: het loon is een tegenprestatie voor de arbeid van de werknemer, de opzeggingsvergoeding daarentegen is een forfaitaire vergoeding voor de door de werknemer geleden schade.

Bij de inwerkingtreding van dit wetboek bestond hierover initieel minder duidelijkheid, daar de relevante bepaling van de Loonbeschermingswet ophield te bestaan en vervangen werd door artikel 162 van het Sociaal Strafwetboek.

Inmiddels is de twijfel bij de (meerderheid van de) rechtspraak weggenomen, hetgeen nogmaals bevestigd wordt door de arbeidsrechtbank in haar vonnis van 10 januari 2022. De arbeidsrechtbank verwijst hierbij naar de parlementaire voorbereidingen van het Sociaal Strafwetboek en naar eerdere rechtspraak en oordeelt dat de vordering tot betaling van de opzeggingsvergoeding geen burgerlijke vordering is die voortvloeit uit een misdrijf, aangezien de niet-betaling van de opzeggingsvergoeding niet als misdrijf kan worden gekwalificeerd. De niet-betaling van de opzeggingsvergoeding blijft onder artikel 162 van het Sociaal Strafwetboek uitgesloten zoals bij de situatie voor de inwerkingtreding van het Sociaal Strafwetboek.

Dit betekent bijgevolg dat de werknemer de betaling van de opzeggingsvergoeding moet vorderen binnen het jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst en dat er in geval van niet-betaling geen strafrechtelijke sancties boven het hoofd van de werkgever kunnen hangen.

Arbrb. Brussel 10 januari 2022, AR 19/693/A, onuitgegeven

HR application & data expert

Port of Antwerp-Bruges

HR-manager

Benelux Unie

Payroll Manager

FSMA

HR Consultant – Recruitment & HR Projects

Atlas Copco

Consultant werving en selectie

UZ Leuven

Aanmelden

Als lid van HR Square hebt u ook de mogelijkheid de digitale versie alsook de archieven van het tijdschrift te raadplegen via onze website.

HR Square Nieuws: de newsletter die HRM in kaart en in uw mailbox brengt.

Iedere week bieden we een overzicht van de voornaamste feiten en gebeurtenissen in HR. Meteen hebt u ook een overzicht van de HR-evenementen die u niet mag missen.

Gratis in de mailbox voor wie zich registreert.