De christen-democraten (EVP) en socialisten (PES) vertegenwoordigen samen tweederde van het Europees Parlement en zijn de richtlijn niet genegen. Ze zijn wel voor een dienstenrichtlijn, maar in hun versie daarvan komt het zwaar omstreden ‘land van herkomst-principe’ niet meer voor. In het compromisvoorstel waar het Europees Parlement nu allicht mee instemt, worden naast de bouw, de gezondheidszorg, het notariaat en de dienstensector ook andere branches uitgezonderd van het vrij verkeer van diensten. De havendiensten worden uitgesloten en de lidstaten mogen extra eisen blijven stellen aan uitzendbureaus, beveiligingsfirma’s en transportbedrijven.
De beide grote fracties in Straatsburg zeggen dat hun compromis uitgaat van het principe dat de EU-landen alleen regels mogen opleggen aan buitenlandse dienstverleners wanneer die redelijk, noodzakelijk en niet discriminerend zijn. Na goedkeuring in de plenaire vergadering in Straatsburg is de dienstenrichtlijn nog geen feit. De 25 lidstaten van de EU zullen zich ook nog over het parlementscompromis moeten uitspreken. Zijn ze het daarmee niet eens, dan moeten ze met het parlement in overleg via de gebruikelijke verzoeningsprocedure.
Het Europees Vakverbond maakt zich, ondanks de wijzigingen, ernstig zorgen over de gevolgen van de richtlijn. De Europese vakbonden zijn van mening dat de dienstenrichtlijn de deur wagenwijd openzet voor goedkope arbeidskrachten uit Midden-Europese landen. Ze vrezen voor massale ontslagen in West-Europa. Daartegen betoogden ze vandaag dinsdag dan ook in Straatsburg.