Door de goedkeuring van de dossiers komen er 1164 plaatsen bij in woonzorgcentra, kortverblijf en dagverzorging. Het totaal aantal nieuwe plaatsen komt zo op 2525. Her en der worden ook woongelegenheden verbouwd. Zelfs met die inhaalbeweging blijft het echter onmogelijk om voor elke zorgbehoevende oudere in 2016 een plek in een rusthuis te garanderen. Maar volgens minister Vandeurzen is dat ook niet nodig: “We moeten ook kijken naar alternatieve vormen van zorg, zoals de thuiszorg. In elk geval maakt dat cijfer van 23.800 duidelijk dat er werk aan de winkel is. De achterstand bij het VIPA is één zaak, maar we werken ook aan het activeren van de rusthuisvergunningen die we de afgelopen jaren hebben uitgereikt. Met veel van die vergunningen is nog niets gebeurd in de praktijk”, aldus de minister. “Ik ben ook afhankelijk van de federale ziekteverzekering. Die beslist om bewoners van rusthuizen een bepaald statuut toe te kennen, waarmee de zorg wordt terugbetaald.”
Straks heeft Vandeurzen echter ook die touwtjes in handen. Het Vlinderakkoord hevelt de volledige bevoegdheid over de ouderenzorg over naar de regio’s. Zonder te hard van stapel te willen lopen, hoopt Vandeurzen op termijn van de zorg één doorlopend geheel te maken. “We moeten in de eerste plaats beter kunnen inschatten welk type zorg iemand nodig heeft. Als dat thuiszorg is, moeten we daar de mensen voor hebben. Daarna kan de stap worden gezet naar serviceflats, assistentiewoningen, woon- en zorgcentra. In het beste geval zitten die centra perfect ingekapseld in het stedelijk weefsel.”
Bronnen: De Standaard, De Morgen.