Redactie
Werknemers mogen vanaf 1 april méér vrijwillige overuren presteren. Tot voor kort konden bedienden en arbeiders 220 vrijwillige overuren per jaar presteren. Sinds vandaag is het systeem uitgebreid naar 360 vrijwillige overuren.
Werknemers in België mogen in principe niet langer dan 8 uur per dag en 40 uur per week werken. Maar er zijn natuurlijk uitzonderingen. Aan het systeem van ‘onvrijwillige’ overuren verandert in principe niets. In uitzonderlijke gevallen kan de werkgever vragen om langere shifts te doen, bijvoorbeeld bij een buitengewone, onverwachte toename van werk. Als compensatie krijgen werknemers hiervoor een financiële compensatie van 50 procent, boven op het normale loon. Wie op zondag of een feestdag werkt, wordt zelfs dubbel betaald. Vaak moet je die extra gewerkte uren achteraf ook verplicht opnemen als betaalde vakantie (de zogenaamde inhaalrust of ‘recup’). Om dat systeem betaalbaar te houden voor bedrijven, geldt voor de eerste 180 uren een fiscaal gunstregime. Dat systeem blijft ook in de toekomst behouden.
Wat wel verandert, zijn de zogenaamd ‘vrijwillige’ overuren, een regeling die nog dateert van de regering-Michel. Werknemers die bereid zijn om méér te werken, kunnen dat. Tot voor kort tot 220 vrijwillige overuren per jaar, sinds vandaag is dat uitgebreid tot 360 vrijwillige overuren. In de horeca kunnen werknemers zelfs tot 450 uren op jaarbasis bijklussen. De eerste 240 overuren zijn bovendien fiscaal vrijgesteld en werkgevers hoeven erop geen RZS-bijdragen te betalen. Wat je als werknemer bruto verdient, komt dus netto op je rekening.
Win-win?
Toch zijn er ook nadelen aan het systeem. Voor de vrijwillige overuren krijgen werknemers geen extra toeslag of inhaalrust, wat de deur kan openzetten naar misbruik. Vanaf het 241ste overuur worden wel opnieuw belastingen in rekening gebracht, wat financieel uiteraard een stuk minder interessant is. Vrijwillige overuren tellen ook niet mee voor de berekening van het pensioen of vakantiegeld.
Minister van Werk David Clarinval (MR) spreekt over een ‘win-winsituatie’, maar daar is niet iedereen van overtuigd. ACV vreest dat werknemers door het nieuwe systeem onder druk gezet kunnen worden om onvrijwillig ‘vrijwillige’ overuren te werken. De vakbond wijst er ook op dat de overheid geld verliest door dit systeem. Omdat werkgevers geen belastingen of RSZ-bijdragen op die eerste 240 vrijwillige overuren betalen, komt er minder geld binnen voor de sociale zekerheid. Het Rekenhof berekende in zijn laatste rapport dat de verhoging van de vrijwillige overuren de schatkist 43 miljoen euro zou kosten.
Foto: © Belgaimage
LEES MEER OP HRSQUARE.BE