Flexibelere loopbaan blijft fabeltje

De gemiddelde jobanciënniteit geeft weer hoelang de zittende werknemers en zelfstandigen gemiddeld aan het werk zijn in de huidige job. Deze wordt in kaart gebracht door bij alle werkenden te kijken naar het jaar waarin de huidige job begon en op basis hiervan de totale duurtijd van de jobs te berekenen (uitgedrukt in jaren).

Dalende jobanciënniteit

Tussen 1992 en 2013 is de totale gemiddelde jobanciënniteit tamelijk stabiel gebleven. In 1992 zat de Vlaming gemiddeld 11,1 jaar in zijn toenmalige job. In 2013 was dit zelfs licht gestegen tot 11,4 jaar. Dit vertelt evenwel niet het volledige verhaal, aangezien er hierbij geen rekening wordt gehouden met de (veranderde) leeftijdssamenstelling van de werkende bevolking. Tussen 1992 en 2013 is de Vlaamse beroepsbevolking immers sterk vergrijsd, wat een opwaarts effect heeft op de gemiddelde jobanciënniteit, aangezien ‘oudere’ werknemers doorgaans een hogere jobanciënniteit hebben.

Hier speelt dus een samenstellingseffect, waarbij de werkende bevolking uit steeds meer 50-plussers bestaat die een hogere jobanciënniteit hebben. Om dit effect af te zonderen, werden in de studie ook de evoluties per leeftijdsgroep bekeken: deze zijn allemaal dalend. Indien we de leeftijdsgroepen afzonderlijk bekijken, blijkt er dus een gestage dalende tendens te bestaan wat betreft de gemiddelde jobanciënniteit in Vlaanderen.

Betekent dit meer mobiliteit?

De gemiddelde duurtijd van de jobs neemt dus gestaag af. Een eerste mogelijke verklaring hiervoor is dat werkenden steeds frequenter van job veranderen, waardoor ze minder jobanciënniteit kunnen opbouwen. Dit zou tot uiting moeten komen in een toename van de jobmobiliteit. Deze drukt het aandeel werkenden uit die in de periode van een jaar van job veranderden.

Er is in het onderzoek echter geen duidelijke tendens naar meer of minder jobmobiliteit, maar deze blijkt eerder samen te hangen met het conjunctuurverloop. Tussen 1992 en 2000 is de mobiliteit gestegen van 3,0% tot 5,1%. Over de periode 2000-2013 zien we daarentegen eerder een dalende tendens achter het sterk schommelend patroon.

Naast de jobmobiliteit, kan ook de socio-economische mobiliteit een invloed hebben op de gemiddelde jobanciënniteit van werknemers. Terwijl we met de jobmobiliteit werk-werk-transities vatten, verstaan we onder socio-economische mobiliteit de bewegingen tussen werk en niet-werk. De socio-economische mobiliteit geeft zo het percentage van de bevolking (15-64 jaar) weer die in de periode van een jaar van arbeidsmarktpositie (werk of niet-werk) veranderde. Door een breuk in de tijdreeks moeten de perioden 1992-1998 en 1999-2013 apart bekeken worden.

Zo constateren we dat tussen 1992 en 1998 de socio-economische mobiliteit schommelde tussen 4,0% en 5,0%, en vanaf 1999 eerder tussen 6,0% en 7,0%. Over heel de lijn vertoont ook deze curve een schommelend patroon, waarbij we al bij al geen uitgesproken trend zien naar meer of minder bewegingen tussen werk en niet-werk.

Hogere leeftijd bij arbeidsmarktintrede de verklaring? 

De studie kon dus geen duidelijke verschuiving van een vaste naar een flexibele loopbaan aantonen. Per leeftijdsgroep was er weliswaar een (lichte) daling van de jobanciënniteit, maar dit lijkt niet noodzakelijk te wijzen op een evolutie naar meer flexibele loopbanen, aangezien er zowel bij de job- als de socio-economische mobiliteit geen duidelijke tendens is naar meer flexibiliteit.

De onderzoekers schuiven daarom een andere hypothese naar voren: de gemiddelde jobanciënniteit wordt geleidelijk korter doordat de leeftijd bij de arbeidsmarktintrede opschuift. Bij gelijkblijvende loopbaanprofielen zal dit ook later in de loopbaan leiden tot een daling van het gemiddeld aantal gewerkte jaren. Mogelijk ligt hierin dan ook de verklaring voor de dalende jobanciënniteit.

De studie werd uitgevoerd door het Steunpunt Werk en Sociale Economie (WSE), een interuniversitair kenniscentrum dat expertise opbouwt en ter beschikking stelt over de thema’s werk, arbeidsmarkt en sociale economie. Het steunpunt bestaat uit vier onderzoekscentra die zich toeleggen op arbeidsmarktmonitoring en onderzoek rond loopbanen, activering en sociale economie.

Bron: Steunpunt WSE (steunpuntwse.be), De Standaard (standaard.be)


Senior Accountant

KoWala Productions

Aanmelden

Als lid van HR Square hebt u ook de mogelijkheid de digitale versie alsook de archieven van het tijdschrift te raadplegen via onze website.

Keynote

Eva Geluk

Antwerp Management School

La professeure Eva Geluk est titulaire de la chaire « Mental Health at Work » à l’Antwerp Management School. Elle est une experte très sollicitée dans les domaines du bien-être, de la prévention du burn-out et de la réintégration après une absence de longue durée.

Dans cette intervention, elle aborde en détail le bien-être mental et le rôle souvent négligé des dirigeants dans ce domaine. Comment veiller à ce que les collaborateurs se sentent bien dans leur peau ? Quelles sont les bonnes et les mauvaises pratiques qui renforcent ou, au contraire, sapent le bien-être mental des collaborateurs (et de leurs dirigeants) ? Et quel rôle revient aux responsables des ressources humaines ?

S’appuyant sur un cadre de référence scientifique et de nombreux exemples tirés de la pratique (Eva a interrogé plus de 70 cadres, responsables RH et employés dans le cadre de ses recherches), elle présente à Corporate Wellbeing le meilleur des deux mondes.

Workshop

Loïc Vlassakoudis

Vivalia

Loïc Vlassakoudis est Directeur des Ressources Humaines chez Vivalia, l’organisation intercommunale luxembourgeoise qui regroupe 7 sites hospitaliers, une polyclinique et des différentes maisons de repos. Situé entre le Grand-Duché et la France, et dans un secteur où la guerre des talents fait déjà rage, Loïc va expliquer comment Vivalia parvient néanmoins à attirer et à fidéliser une équipe motivée, pour qui satisfaction au travail et bien-être sont des priorités.

Workshop

Pierre Leman

Cliniques universitaires Saint-Luc

Politique de gestion de l’absentéisme à Saint-Luc face à la nouvelle règlementation

Le secteur des soins de santé est traditionnellement confronté à des taux d’absentéisme élevés, ce qui n’est pas une fatalité ni une réalité au sein des Cliniques universitaires Saint-Luc. Par ailleurs, un ensemble de nouvelles mesures et obligations en la matière sont entrées en vigueur.  Dans ce cadre, un projet pilote a été lancé en 2025 à Saint-Luc afin de mieux gérer l’absentéisme au travers de sa politique « Cultiver le lien » et de ses outils. Fort de son succès, l’hôpital a décidé de déployer sa nouvelle approche à l’échelle de toute l’institution dès 2026.  Dans son keynote,  Pierre Leman, Directeur des Ressources Humaines aux Cliniques universitaires Saint-Luc, présentera en détail cette nouvelle politique de gestion de l’absentéisme.

Ben jij klaar om helemaal mee te zijn in de wereld van HR? HR Square Nieuwsbrief brengt je tweewekelijks een overzicht van de belangrijkste feiten, trends en gebeurtenissen in HR-land.

Bovendien krijg je een handige lijst van must-attend HR-events, zodat je niets hoeft te missen.

Gratis in je mailbox. Het enige wat je hoeft te doen is je registreren!