Tekst: Hermien Vanoost
“Gelijkheid tussen mannen en vrouwen is gewaarborgd.” Zo staat het sinds 2002 in de Belgische grondwet. Toch scoren we op de Gender Equality Index (2020) van het European Institute for Gender Equality maar 71,4 op 100, wat gelijk is aan een negende plek in het Europese klassement (EU-28). Boven ons vinden we landen als Zweden (83,8), Denemarken (77,4), Frankrijk (75,1) en Nederland (74,1). Sinds 2010 moeten we vier plaatsen inleveren. De hoogste resultaten halen we volgens deze index in de domeinen geld (88,7) en gezondheid (86,5), de laagste in tijd (65,3) en macht (55,7). Als het over werk (74,7) gaat, valt de Europese onderzoekers de sterke sectorale segregatie op, met bijvoorbeeld een oververtegenwoordiging van vrouwen in het onderwijs. Ze signaleren ook een grote genderkloof tussen koppels zonder en met kinderen: bij die laatsten zijn vrouwen veel minder vaak voltijds aan de slag dan bij die anderen.
“Rolmodellen zijn nodig, maar niet voldoende.”
Volgens Ann Coenen, attaché arbeidsmarktanalyse van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg is een deel van de genderongelijkheid terug te voeren tot enkele achtergrondkenmerken. “Zo weten we dat vrouwen zonder diploma, met een migratieachtergrond en/of zorgverantwoordelijkheden systematisch minder actief zijn op de arbeidsmarkt dan anderen”, zegt ze. “Maar daarmee is niet het volledige verhaal verteld. We zien bijvoorbeeld ook dat vrouwen minder vaak toezichthoudende of leidinggevende verantwoordelijkheden opnemen, hoewel er meer vrouwen dan mannen een diploma hoger onderwijs hebben. Vrouwen lijken dus meer drempels te ervaren om door te stromen dan mannen.”
Professor Patrizia Zanoni (Universiteit Hasselt en Utrecht), gespecialiseerd in diversiteit, pikt daarop in: “Het publieke discours ten aanzien van vrouwen in topjobs is de laatste jaren dan wel positiever geworden, het betekent niet dat we van gendergelijkheid kunnen spreken. Het blijft nog altijd een beperkte groep van vrouwen die in onze organisaties doorstroomt. Het idee dat we alleen door rolmodellen te tonen een ganse beweging op gang brengen, is achterhaald. Die rolmodellen zijn nodig, maar niet voldoende.”
Patrizia Zanoni (Universiteit Hasselt en Utrecht): “Neem promotie van diversiteit op in de taakomschrijving van lijnmanagers en andere verantwoordelijken en evalueer hen daarop.” © GF
Zanoni legt uit dat er een andere cultuur nodig is om meer gelijkheid tussen mannen en vrouwen te realiseren,. “IJveren voor meer vrouwen en vervolgens alles bij het oude laten, werkt niet. Het hele ‘zijn’ van een bedrijf moet evolueren, inclusief de manier van werken, leidinggeven en evalueren. Doorheen de jaren groeien de spelregels in een organisatie soms zodanig op maat van de ene of de andere groep, dat het moeilijk is om ze te doorbreken. Aan de medewerkers die dag in dag uit het beste van zichzelf geven, moet de werkgever duidelijk maken dat de bestaande processen niet meer goed genoeg zijn. Zo’n conflict gaan werkgevers liever niet aan. Dat verklaart waarom de transitie naar een meer gelijkwaardige behandeling van mannen en vrouwen zo moeizaam verloopt.”
|
