Het vertrouwen van generatie Y is bijzonder laag. Nauwelijks een derde (36 procent) heeft nog vertrouwen in de arbeidsmarkt. Een kwart (26 procent) heeft vertrouwen in het regeringsbeleid en een vijfde in de Europese Unie. De helft van jonge werknemers verwacht dan ook geen economisch herstel voor 2015.
De generatie die voorheen vooral gedreven werd door het streven naar een betere duurzame wereld, ligt vandaag vooral wakker van de economische crisis (76 procent), sociale zekerheid (67 procent) en werkloosheid (66 procent). Milieu (44 procent), veiligheid (41 procent) en religie (34 procent) scoren heel wat lager.
Van de eens zo mobiele generatie vindt vandaag amper 14 procent het nog gezond om elke twee tot drie jaar van werk te veranderen. Ruim de helft (51 procent) ziet zich ook de komende vijf jaar niet van werkgever veranderen.
Tevredenheid
Wie werk heeft, is tevreden over zijn job (83 procent) en werkgever (77 procent). Anderzijds is men veel minder tevreden over de mogelijkheden tot jobrotatie (58 procent), de carrièrevooruitzichten (66 procent), de balans werk en privé (56 procent) en het volledige loonpakket (63 procent).
Generatie Y ligt niet echt wakker van de vergrijzing. 77 procent ziet helemaal geen gevolgen van de vergrijzing in het bedrijf waar hij werkt, slechts 40 procent vindt dat er te weinig oudere werknemers tewerkgesteld worden. Anderzijds vindt de helft (52 procent) de loopbaanduurverlenging naar 42 jaar voor een volwaardige loopbaan een goede zaak.
Nog steeds ambitieus
Niettemin vindt generatie Y zichzelf nog steeds ambitieus, zelfbewust, een teamspeler en een multitasker, progressief, gedreven door zelfontwikkeling en flexibiliteit en de lat voor zichzelf hoog leggend.
Generatie Y verwacht dat zijn werkgever goed en veel communiceert, al schiet volgens hen de werkgever daarin te kort. Ook een langetermijnvisie en duurzaamheid zijn belangrijk. Toch zegt een derde dat dit ontbreekt bij zijn werkgever. Tot slot vindt een meerderheid dat de bedrijfswaarden moeten overeenkomen met zijn eigen waarden. Bij slechts de helft van de ondervraagden is dit echter het geval.