20,5 procent van de jongste generatie bedienden ervaart zijn job als zinloos. Dat is een stuk hoger dan bij Gen Y (16,3 procent), Gen X (9,5 procent) en bij de babyboomers (2,6 procent). Doorgroeimogelijkheden en salaris vinden ze de belangrijkste motivatie voor een job.
Een onafhankelijke studie uitgevoerd door IVOX, in opdracht van Bright Plus, zoomt in op generatieverschillen op de werkvloer. De studie toont aan dat de jonge generatie op de werkvloer de jon vaker zinloos vindt, en ook meer druk ervaart van buitenaf. Vier op de tien (40,5 procent) werkt om kritiek van anderen te vermijden. Dat is bijna dubbel zo veel als bij Gen X (22 procent) en de babyboomers (21,8 procent). De druk die de jongste werkgeneratie zichzelf oplegt, is ook het hoogst. Vier op de tien (41,2 procent) voelt zich schuldig wanneer ze vrij nemen. Dat is significant hoger dan Gen X en de babyboomers met beiden 22 procent.
“Wanneer je met het ABC model (Autonomie, Verbondenheid, Competentie) naar deze statistieken kijkt – zie je duidelijk het resultaat van de componenten Autonomie en Competentie die minder vervuld zijn bij Gen Z”, legt motivatie-expert Hermina Van Coillie uit. “Dat is logisch aangezien ze nieuw zijn op de arbeidsmarkt en nog weinig zelfstandig kunnen werken, noch de expertise en ervaring bezitten van hun oudere collega’s. Ze zijn daarom niet per se meer of minder gemotiveerd dan andere generaties, maar die motivatie is wetenschappelijk bekeken van een lagere kwaliteit.”
Meer vertrouwen, meer plezier
Gen Z mag dan enkele uitdagingen hebben, er zijn ook heel wat positieve zaken te melden. Zo gaat 86,2 procent akkoord met de stelling dat ze hun collega’s vertrouwen. Deze score is gevoelig hoger dan bij Gen Y (79,9 procent), Gen X (72,9 procent) en babyboomers (76 procent). Daarnaast amuseren ze zich ook vaker op het werk: 81,9 procent en opzichte van 67,7 procent bij Gen X en 72 procent bij babyboomers. Gen Z is ook positiever over de manier waarop hun baas hen motiveert: bijna zeven op de tien (67 procent) – een stuk hoger dan bij de babyboomers waar maar de helft (49 procent) dat vindt.
De sociale verbondenheid is niet onbelangrijk in tijden van arbeidsmarktkrapte. Bovendien geeft Gen Z het vaakst aan plannen te hebben om de organisatie te verlaten op korte (20,5 procent) of lange termijn (39,8 procent). Bij Gen Y is dat respectievelijk 16 procent en 27,9 procent, bij Gen X 10,6 procent en 15,3 procent. Babyboomers scoren met 22,5 procent en 12,8 procent ook hoog maar dit is logisch, omdat ze op het punt staan om de arbeidsmarkt te verlaten.
Groeimogelijkheden en salaris
Gen Z lijkt vooral op zoek te zijn naar groeimogelijkheden in hun job. Het gebrek hieraan is voor bijna de helft van de Gen Z’ers (46,6 procent) met vertrekplannen een van de doorslaggevende factoren. Een stuk meer dan bij Gen Y (37,7 procent) en Gen X (27,1 procent). Geen enkel van de ondervraagde babyboomers gaf dit aan. Ook afwisseling is duidelijk belangrijker voor Gen Z met 32,6 procent. Hoger dan Gen Y (15 procent), Gen X (19,6 procent) en de babyboomers (5 procent).
Natuurlijk is ook het salaris belangrijk. Voor Gen Z (41,7 procent) en Gen Y (35,1 procent) is het salarispakket vaker een bepalende factor om te vertrekken dan bij Gen X (27,3 procent) en bij de babyboomers (7 procent). Maar dat is ook te verklaren door het feit dat het gemiddeld loon lager ligt bij de start van de carrière en daarom nog een grotere zorg is.
LEES MEER OP HRSQUARE.BE
- Jan Bouwen (CHRO Argenta): “Een bank is niet alleen transactie, maar ook interactie”
- Hoe ga je om met interne conflicten?
- Meerderheid van de CEO’s van Belgische beursgenoteerde bedrijven ziet loon stijgen
- Elon Musk: “Dankzij AI wordt een job binnen minder dan 20 jaar optioneel”
- Belg verdient gemiddeld 4.420 euro bruto