Werk krijgt het label ‘werkbaar’ als het voldoet aan vier voorwaarden:
Het percentage jobs dat voldoende leermogelijkheden biedt, neemt toe van 77,4 procent in 2004 tot 82 procent in 2013. Ook het aandeel van de jobs dat een evenwichtig werk-privébalans waarborgt, is nog licht gestegen van 88,2 procent tot 89,2 procent.
Het aandeel ‘demotiverende jobs’ daalde tussen 2004 en 2010 van 18,7 procent naar 16,6 procent, maar is sindsdien weer toegenomen tot 18,1 procent in 2013. Ook het aandeel jobs dat tot een problematische werkstress leidt, blijft op een zeer hoog peil en schommelt rond 30 procent.
Loopbaanbeleid
Uit de meting van 2013 blijkt dat 83,2 procent van de veertigplussers met ‘werkbaar werk’ het ziet zitten om tot de pensioenleeftijd te werken. Naarmate werknemers kampen met meer werkbaarheidsproblemen, daalt de bereidheid om te werken tot de pensioenleeftijd. Van alle veertigplussers die geconfronteerd worden met één of meer werkbaarheidsknelpunten, acht slechts 48,5 procent het haalbaar om hun job tot het pensioen verder te zetten.
“Dit onderzoek werpt ook een heel ander licht op recente stemmingmakerij over een verkeerde mentaliteit bij veel 50-plussers die eigenlijk niet meer willen werken en zich dan maar in het vangnet van de arbeidsongeschiktheid nestelen”, reageert de christelijke vakbond ACV. “Dergelijke controverses zijn erg kwetsend voor degenen die door een te hoge werkdruk, een gebrekkige coaching of belastende arbeidsomstandigheden tegen hun eigen limieten zijn gebotst en er uiteindelijk onderdoor zijn gegaan, maar brengen ook weinig zoden aan de werkzaamheidsdijk.”
Het ACV pleit dan ook voor een loopbaanbeleid waarin het werkvermogen van werknemers en de werkbaarheid van jobs centraal staan.