Het GSM-nummer van een werknemer: wie mag het houden na ontslag? Sinds de invoering van artikel 21/1 in de arbeidsovereenkomstenwet is er eindelijk duidelijkheid. Dit artikel bepaalt dat een werknemer zijn professioneel gebruikte GSM-nummer mag meenemen bij het einde van de arbeidsovereenkomst, maar… alleen als hij kan bewijzen dat het nummer vóór indiensttreding al van hem was. In de praktijk blijkt dat niet zo eenvoudig. De recente beschikking van de arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Hasselt, toont aan dat de bewijslast bij de werknemer ligt.
Een werknemer werkte eerst voor het familiebedrijf. Na overnames en fusies van dit familiebedrijf kwam hij in dienst bij de werkgever. Deze werknemer gebruikte jarenlang hetzelfde GSM-nummer voor zowel professionele als persoonlijke contacten. Bij het einde van zijn arbeidsovereenkomst vroeg hij om zijn vertrouwde GSM-nummer te mogen behouden. De werkgever weigerde dit, omdat het nummer op naam van de werkgever stond en het abonnement steeds door de werkgever werd betaald. De werknemer kreeg echter van de werkgever de mogelijkheid om een nieuw GSM-nummer te voorzien. Daarna werd het gebruiksrecht van het GSM-nummer teruggenomen door de werkgever.
De werknemer kon zich hiermee niet verzoenen. Alvorens de zaak definitief zou worden behandeld door de rechtbank, wilde hij reeds ten voorlopige titel het gebruiksrecht van het GSM-nummer terugvorderen. Hij wilde immers niet dat hij zijn contacten zou verliezen en dat zijn contacten hem niet zouden kunnen contacteren. Daarom startte hij aldus een kortgedingprocedure ten aanzien van zijn werkgever en vorderde hij de overdracht van het gebruiksrecht op het GSM-nummer binnen de 24u overeenkomstig artikel 21/1 van de Arbeidsovereenkomstenwet.
De Voorzitter van de arbeidsrechtbank toetste de vordering aan de criteria van spoedeisendheid en schijn van recht.
Vooreerst oordeelt de rechtbank dat de werknemer niet tijdig heeft gehandeld. Hij werd tijdens de opzegtermijn en na uitdiensttreding uitdrukkelijk geïnformeerd over het verlies van het GSM-nummer en kreeg voldoende tijd om zijn contacten hiervan te verwittigen en een nieuw GSM-nummer te voorzien. Het feit dat hij pas na 2,5 maanden een procedure startte, wijst op een gebrek aan spoedeisendheid.
Daarnaast bevestigde de rechtbank dat een werknemer enkel aanspraak kan maken op het GSM-nummer als hij vóór de tewerkstelling de abonnee was en dit kan bewijzen. Hoewel de werknemer wel bewijsstukken aanbracht om aan te tonen dat hij het nummer al vóór zijn tewerkstelling gebruikte, kon hij niet aantonen dat het abonnement ooit op zijn naam stond. De rechtbank oordeelde dat er geen schijn van recht was.
De vordering om het gebruiksrecht van het GSM-nummer aldus terug te krijgen tot er een uitspraak ten gronde zou volgen, werd afgewezen door de rechtbank wegens gebrek aan spoedeisendheid en schijn van recht. Deze beschikking bevestigt dat het recht op behoud van een GSM-nummer bij einde dienstverband strikt wordt geïnterpreteerd. Enkel wie kan aantonen dat het nummer persoonlijk eigendom was vóór indiensttreding, kan hierop aanspraak maken volgens de rechtbank.
Maak bij het begin van een arbeidsovereenkomst duidelijke afspraken over het gebruik van een GSM-nummer. Noteer wie de officiële abonnee is en leg vast wat er gebeurt met het nummer bij uitdiensttreding. Hou hierbij uiteraard rekening met het nieuwe gegeven dat de werknemer het recht heeft om het nummer terug te vragen, indien hij er voor het sluiten van de arbeidsovereenkomst al eigenaar van was. Zo voorkom je discussies en teleurstellingen achteraf, zowel voor werknemer als werkgever. Een heldere policy rond het gebruik van een GSM-nummer kan iedereen tijd en frustratie besparen.
(Arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Hasselt van 23 juli 2025, 25/1/C)

Amélie Desmadryl
Advocaat