De heropleving van de werkgelegenheid gebeurde veel vlugger dan verwacht en veel vlugger dan tijdens vorige crisissen. En bovendien veel vlugger in vergelijking met andere Europese landen. Volgens de OESO is België één van de drie landen waar de tewerkstelling de meest gunstige evolutie heeft gekend in 2010.
De werkloosheid die veel minder gestegen was dan elders in Europa, is in 2010 geleidelijk en onophoudelijk beginnen dalen vanaf het tweede semester. In de praktijk betekent dit een stabilisatie van de werkloosheid, rekening houdend met een stijging in het eerste semester van 2010 en een stijging van de beroepsbevolking.
De daling kwam er vlugger en in grotere mate bij de jongeren en Wallonië. Ze is iets later begonnen in Vlaanderen, maar is meer uitgesproken. Alleen bij de werklozen ouder dan 50 jaar is er nog sprake van een stijging met 5 procent.
De tijdelijke werkloosheid daalde gemiddeld met 18 procent, maar ligt nog steeds gevoelig hoger dan voor de crisis.
Deze positieve resultaten zijn volgens de RVA te wijten aan de economische conjunctuur die beter was dan het Europees gemiddelde en de diverse crisismaatregelen.
De RVA wijst er op dat ondanks de crisis en de stijgingen van het bedrag van de uitkeringen, blijft de ratio van de werkloosheidsuitgaven in vergelijking met het BBP sedert 2000 stabiel tussen 1,8 procent en 2,2 procent (2,1 procent in 2010). Voeg daar de brugpensioenen, de loopbaanonderbreking en het tijdskrediet aan toe, en je komt aan 2,8 procent van het BBP.
Bron: Jaarverslag RVA