Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat deze uitzondering, voorzien in de Richtlijn, te vergaand is, omdat de Richtlijn niet preciseert hoe lang deze verschillen nog in stand mogen worden gehouden. Het Hof stelt dat lidstaten die gebruik maken van de uitzondering van artikel 5 (zoals België), zonder enige tijdslimiet, de ongelijke behandeling van mannelijke en vrouwelijke verzekerden kunnen bestendigen. Volgens het Hof schiet de uitzondering op die manier het algemene doel van de gelijke behandeling van mannen en vrouwen voorbij. Het Hof oordeelde dan ook dat de uitzondering van artikel 5 ongeldig is met ingang van 21 december 2012.
Hoewel het arrest enkel handelt over levensverzekeringen (derde pijler) en niet over aanvullende pensioenplannen (tweede pijler), zal het naar alle waarschijnlijkheid ook verstrekkende gevolgen hebben op dit vlak. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen of, en hoe snel, ook de tweede pijler de toets van de geslachtsneutraliteit zal moeten doorstaan. We denken daarbij aan geslachtsgerelateerde sterftetafels (MR/FR) die gebruikt worden bij de omzetting van kapitalen naar renten of omgekeerd, of bij de berekening van de verworven reserves in pensioenplannen van het type vaste prestaties.
U ontvangt over deze problematiek binnenkort een newsletter van Claeys & Engels.