Boeiend aan de jaarlijkse enquête is dat ze ook peilt naar de factoren die voor werknemers bepalend zijn om voor een bedrijf te willen werken. Een respondent krijgt 1000 punten in handen en mag die vrij verdelen over de bedrijfsaspecten die voor hem/haar van belang zijn in de keuze van een baan. Hij/zij moet kiezen uit de factoren loon, toekomstperspectieven voor de werknemer, werksfeer, werkzekerheid, financiële gezondheid van het bedrijf, inhoud van de job, opleidingskansen, sterkte van het management, evenwicht tussen werk en vrije tijd en aandacht voor milieu en maatschappij. Dat zijn de factoren die volgens eerder onderzoek 85% van de globale aantrekkelijkheid van een bedrijf bepalen.
De top drie van belangrijkste factoren zijn op dit moment (bevraging 2004) de hoogte van het loon (14% van het totaal aantal punten), de financiële gezondheid van de onderneming (14%) en de werkzekerheid op lange termijn (12%). In vergelijking met 2001 grijpen potentiële werknemers meer naar zekere banen dan naar functies met inhoud of naar jobs met doorgroeimogelijkheden of die gebed zijn in een aangename werksfeer. De laatste twee factoren bekleedden in 2001 nog de posities 1 en 2, terwijl ze nu wegzakken naar respectievelijk de zesde en vierde plaats.
Dat een bedrijf financieel gezond moet zijn, is ook relatief nieuw. In 2001 kwam die factor pas op de zesde plaats. In de conjuncturele terugval en het groot aantal faillissementen vinden we allicht de verklaring van deze drang naar werkzekerheid.
Van weinig belang zijn milieuzorg (3%), de sterkte van het bedrijf binnen de sector (1%) en zijn innovatiekracht (1%, een daling van 2% ten opzichte van 2001). Het belang van opleidingskansen neemt toe van 4 tot 6%. Ook dat kunnen we allicht relateren aan het algemene gevoel van onzekerheid om een baan te kunnen behouden. Werknemers begrijpen dat persoonlijke ontwikkeling hun kansen op een krappe arbeidsmarkt vergroot.