De HR-professional blijkt over het resultaat van zijn eigen werk en/of dat van de HR-afdeling niet bijster enthousiast te zijn. In Vlaanderen geeft hij zichzelf 6,5 op 10. De Vlaamse HR-medewerker vindt wel dat zijn afdeling er tamelijk goed in slaagt de werknemers aan het bedrijf te binden (7,6/10) en hij is ook redelijk tevreden over de transparante salarispolitiek en de interne communicatie (6,8/10). Hij is veel minder opgezet met de manier waarop HR problemen oplost (5,6/10) en beoordelingsgesprekken organiseert (5,7/10).
De Franstaligen zijn nog strenger voor zichzelf. Ze halen een score van 6,1 op 10. De binding van de werknemers aan de onderneming scoort ook hier het best (7,2/10), samen met de regeling van de werkuren (ook 7,2/10). De loopbaanbegeleiding en de bevordering van het woon-werkverkeer (5,3/10 en 5,2/10) scoren in het zuiden van ons land het laagst.
De zelfkritiek mag al scherp zijn, de kritiek van niet-HR-professionals is nog scherper. Op Vlaamse bodem krijgt HR 5,5/10, in Wallonië amper 5,2. Op Vlaams niveau is er een onvoldoende voor loopbaanbegeleiding (4,9/10). In Wallonië tellen we vier ‘buizen’: problemen oplossen en bevorderen van het woon-werkverkeer (4,9/10), verzorgen van de interne communicatie (4,8/10) en, opvallend, de binding van de werknemers aan het bedrijf (4,7/10). Op dit laatste aspect blijkt er in Wallonië dus een groot verschil tussen perceptie (eigen score: 7,2) en realiteit te zijn (4,7).
De resultaten van de HRM Net-enquête bevestigen eerder onderzoek. Een bevraging in Nederland leidde onlangs tot een beoordeling van 6,1 op 10 voor de HR-afdeling. Het Randstad-onderzoek ‘HR in België’ uit 2003 toont waarderingscijfers van 6,7 tot 8 op 10. Uit een enquête van SD Worx in 2002 blijkt dat 10 tot 25% van de HR-professionals zichzelf een onvoldoende geeft. Vooral personeelsplanning en opleidingen scoorden daarin zwak.