Internationaal Werk. Bindende kracht van de A1-verklaring en fraude

In het kader van twee daaruit voortvloeiende burgerlijke procedures werden prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie.

Het Hof bouwde verder op zijn bestaande rechtspraak met betrekking tot de bestrijding van frauduleuze A1-verklaringen. Tijd voor een kort overzicht van het ‘acquis communautaire’.

Het Europees Hof van Justitie heeft steeds geoordeeld dat een A1-verklaring die is afgegeven door het bevoegde orgaan van de zendstaat de organen van de lidstaat van ontvangst bindt zolang deze verklaring niet is ingetrokken of ongeldig werd verklaard.
Het bindend karakter van de verklaring geldt zowel ten opzichte van de bevoegde organen van de sociale zekerheid als voor de rechterlijke macht. Dit leidt ertoe dat:

  • het bevoegd orgaan de betrokken werknemer niet aan zijn eigen socialezekerheidsregeling mag onderwerpen
  • een rechterlijke instantie niet bevoegd is om de geldigheid van een A1-verklaring af te toetsen.
  • Als er onenigheid bestaat, moeten de autoriteiten van de lidstaat van ontvangst zich richten tot de autoriteiten van de zendstaat conform de daartoe voorziene procedure. Indien dit niet tot het gewenste resultaat leidt, moet men zich richten tot de Administratieve Commissie.

Een ongebreidelde toepassing van deze bindende kracht kan echter leiden tot scheefgetrokken situaties. Fraudeurs zouden zich immers kunnen schuilhouden achter de bindende kracht van deze verklaringen om er straffeloos financieel voordeel uit te halen.

Het arrest Altun

Op 6 februari 2018 velde het Hof van Justitie het baanbrekend Altun-arrest (zie vorig HR Square-artikel). Het oordeelde voor het eerst dat een nationale rechter een A1-verklaring buiten beschouwing kan laten. Hiervoor moeten evenwel de volgende voorwaarden vervuld zijn:

  • de autoriteiten van de lidstaat van ontvangst zijn in dialoog getreden met de autoriteiten van de zendstaat via een verzoek tot heroverweging
  • het verzoek steunt op gegevens die werden verkregen in het kader van een gerechtelijk onderzoek en die wijzen op fraude
  • de autoriteiten van de zendstaat laten na om dit verzoek adequaat te behandelen binnen een redelijke termijn
  • de nationale rechter stelt fraude vast op basis van de gegevens van het dossier en waarborgt het recht op een eerlijk proces.

Het arrest Europese Commissie tegen België

Op 11 juli 2018 velde het Hof van Justitie het arrest Europese Commissie tegen België arrest (zie vorig HR Square-artikel). In dit arrest werd de Belgische wetgever door het Hof in het ongelijk gesteld.
De Belgische wetgever had in de vorm van de zogenaamde Antimisbruikwet een mechanisme aangenomen om fraude op een efficiëntere manier te bestrijden door de Belgische rechtbanken, de RSZ en de sociale inspectie de mogelijkheid te geven om, zonder enige vorm van dialoog met de autoriteiten van de zendstaat, een A1-verklaring naast zich neer te leggen indien er volgens hen sprake was van misbruik. Een brug te ver volgens het Hof.

Het arrest CRPNPAC en Vueling Airlines

In de zaken CRPNPAC en Vueling Airlines werd het Hof gevraagd of de rechtspraak over de bindende werking van de A1-verklaring ook geldt wanneer de rechter van de lidstaat van ontvangst zelf tot de vaststelling komt dat die verklaring op frauduleuze wijze is verkregen of ingeroepen.

In tegenstelling tot advocaat-generaal Saugmandsgaard oordeelde het Hof dat de rechter van de ontvangststaat slechts kan optreden tegen frauduleuze A1-verklaringen indien:

  • voorafgaandelijk en onverwijld de geijkte procedure werd opgestart en de stukken die wijzen op fraude in dit kader werden overgemaakt teneinde de dialoog tussen de bevoegde organen te bewerkstelligen
  • het bevoegde orgaan nalaat om binnen een redelijke termijn het verzoek te behandelen of een beslissing te nemen.

De boodschap is (voorlopig) duidelijk: slechts binnen de in de arresten Altun en Vueling Airlines uiteengezette grenzen kan een A1-verklaring door een rechtbank eenzijdig buiten beschouwing gelaten worden.

HvJ 2 april 2020, nr. C-370/17 en C-37/18, ECLI:EU:C:2020:260, CRPNPAC en Vueling Airlines

Simon Albers
Advocaat Claeys & Engels

Senior Accountant

KoWala Productions

Aanmelden

Als lid van HR Square hebt u ook de mogelijkheid de digitale versie alsook de archieven van het tijdschrift te raadplegen via onze website.

Keynote

Eva Geluk

Antwerp Management School

La professeure Eva Geluk est titulaire de la chaire « Mental Health at Work » à l’Antwerp Management School. Elle est une experte très sollicitée dans les domaines du bien-être, de la prévention du burn-out et de la réintégration après une absence de longue durée.

Dans cette intervention, elle aborde en détail le bien-être mental et le rôle souvent négligé des dirigeants dans ce domaine. Comment veiller à ce que les collaborateurs se sentent bien dans leur peau ? Quelles sont les bonnes et les mauvaises pratiques qui renforcent ou, au contraire, sapent le bien-être mental des collaborateurs (et de leurs dirigeants) ? Et quel rôle revient aux responsables des ressources humaines ?

S’appuyant sur un cadre de référence scientifique et de nombreux exemples tirés de la pratique (Eva a interrogé plus de 70 cadres, responsables RH et employés dans le cadre de ses recherches), elle présente à Corporate Wellbeing le meilleur des deux mondes.

Workshop

Loïc Vlassakoudis

Vivalia

Loïc Vlassakoudis est Directeur des Ressources Humaines chez Vivalia, l’organisation intercommunale luxembourgeoise qui regroupe 7 sites hospitaliers, une polyclinique et des différentes maisons de repos. Situé entre le Grand-Duché et la France, et dans un secteur où la guerre des talents fait déjà rage, Loïc va expliquer comment Vivalia parvient néanmoins à attirer et à fidéliser une équipe motivée, pour qui satisfaction au travail et bien-être sont des priorités.

Workshop

Pierre Leman

Cliniques universitaires Saint-Luc

Politique de gestion de l’absentéisme à Saint-Luc face à la nouvelle règlementation

Le secteur des soins de santé est traditionnellement confronté à des taux d’absentéisme élevés, ce qui n’est pas une fatalité ni une réalité au sein des Cliniques universitaires Saint-Luc. Par ailleurs, un ensemble de nouvelles mesures et obligations en la matière sont entrées en vigueur.  Dans ce cadre, un projet pilote a été lancé en 2025 à Saint-Luc afin de mieux gérer l’absentéisme au travers de sa politique « Cultiver le lien » et de ses outils. Fort de son succès, l’hôpital a décidé de déployer sa nouvelle approche à l’échelle de toute l’institution dès 2026.  Dans son keynote,  Pierre Leman, Directeur des Ressources Humaines aux Cliniques universitaires Saint-Luc, présentera en détail cette nouvelle politique de gestion de l’absentéisme.

Ben jij klaar om helemaal mee te zijn in de wereld van HR? HR Square Nieuwsbrief brengt je tweewekelijks een overzicht van de belangrijkste feiten, trends en gebeurtenissen in HR-land.

Bovendien krijg je een handige lijst van must-attend HR-events, zodat je niets hoeft te missen.

Gratis in je mailbox. Het enige wat je hoeft te doen is je registreren!