Het federale regeerakkoord van 31 januari 2025 introduceert belangrijke maatregelen die aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor de HR-praktijk, onder andere wat betreft (arbeids)migratie. In dit artikel worden de kernpunten van deze maatregelen en de mogelijke impact op het vlak van (arbeids)migratie besproken (indien deze geïmplementeerd zouden worden in de wetgeving).
Belangrijk in dit verband is dat er in België een onderscheid geldt tussen enerzijds het recht om in België te ‘werken’ dat regionaal geregeld wordt en het recht om in België te ‘verblijven’ dat federaal geregeld wordt. Bijgevolg kan het federale regeerakkoord enkel maatregelen bevatten op het vlak van het ‘verblijf’ en niet op het vlak van de voorwaarden om een toelating tot arbeid te verkrijgen.
Wat betreft (arbeids)migratie kunnen twee doelstellingen onderscheiden worden in het nieuwe regeerakkoord:
- Enerzijds willen de regeringspartijen versoepelingen doorvoeren voor (hooggeschoolde) profielen die komen werken of studeren in België;
- Anderzijds gelden er verstrengingen voor andere aspecten van migratie.
Verkorte doorlooptijden gecombineerde vergunning (single permit)
Een van de belangrijkste punten in het regeerakkoord wat betreft arbeidsmigratie is de verkorting van de doorlooptijden voor het verkrijgen van een gecombineerde vergunning (single permit) voor derdelanders. Momenteel kunnen de behandelingstermijnen namelijk sterk oplopen tot meer dan vier maanden en voor sommige categorieën zelfs bijna een jaar, wat onzekerheid creëert voor zowel werkgevers als werknemers.
Om deze termijnen te verkorten, voorziet het regeerakkoord in behoud van voldoende personeel en digitalisering. Daarenboven willen de regeringspartijen onderzoeken of ontvankelijke dossiers gelijktijdig kunnen behandeld worden door het bevoegde Gewest (luik arbeid) en de Dienst Vreemdelingenzaken (luik verblijf) na de ontvankelijkheidsbeoordeling. Onder de huidige regelgeving vindt na de ontvankelijkheidsbeoordeling eerst de behandeling door het Gewest plaats en pas na goedkeuring door het Gewest, volgt de beoordeling door Dienst Vreemdelingenzaken. Door beide beoordelingen parallel te laten verlopen zal men (hopelijk) tijdswinst kunnen boeken.
Terugkeerregeling economische migranten
Op heden geldt voor de gecombineerde vergunning dat wanneer door het Gewest voortijdig een einde wordt gesteld aan een toelating tot arbeid (bijvoorbeeld door een intrekking tijdens de looptijd van de gecombineerde vergunning), het verblijfsrecht van de derdelander-werknemer 90 dagen later eveneens een einde zal nemen. Indien in die periode de verblijfstitel ook vervalt, kan deze persoon nog een voorlopig verblijfsdocument krijgen (bijlage 51). Dienst Vreemdelingenzaken kan echter nog steeds in bepaalde gevallen eerder een einde maken aan het verblijfsrecht.
Deze categorie zou in de toekomst worden uitgebreid. Economische migranten die niet langer voldoen aan de binnenkomstvoorwaarden zullen moeten terugkeren, maar krijgen een veralgemeende periode van drie maanden behoud van verblijf. Het is nog niet met zekerheid te zeggen wat concreet bedoeld wordt met een veralgemeende periode van drie maanden. We vermoeden dat dit betekent dat dit zal worden uitgebreid naar andere gronden voor verblijf. Voor houders van een gecombineerde vergunning die slachtoffer zijn van sociale inbreuken door de werkgever, zou deze periode verlengd kunnen worden tot zes maanden.
Strengere voorwaarden inzake andere vormen van migratie
Naast de hierboven vermelde gunstige maatregelen betreffende arbeidsmigratie, bepaalt het regeerakkoord ook dat verschillende aspecten met betrekking tot migratie verstrengd zouden worden:
- Het regeerakkoord introduceert strengere voorwaarden voor het verkrijgen van een permanent verblijfsrecht. Aanvragers zullen moeten slagen in een taal- en inburgeringstest. Er wordt uitdrukkelijk bepaald dat die inburgeringstest een verklaring van instemming met de strikte neutraliteit van de staat en de gelijkheid tussen mannen en vrouwen moet bevatten. Ook moet de aanvrager nog steeds voldoen aan de voorwaarden die golden voor de visum- of verblijfsaanvraag, geen gevaar vormen voor de openbare orde of nationale veiligheid, een retributie betalen die de kosten dekt, en kunnen voorzien in eigen levensonderhoud en niet ten laste zijn van het sociaal bijstandsstelsel.
- Voor een nationaliteitsaanvraag wordt het verplicht een nationaliteitsexamen af te leggen, bestaande uit een burgerschapstest (opnieuw inclusief instemming over de neutraliteit van de overheid en de gelijkheid man-vrouw) en een taaltest (afhankelijk van de regio van verblijf). Bovendien worden de kosten van de aanvraag fors verhoogd naar 1000 EUR (in plaats van de huidige 150 EUR).
- Daarnaast worden de toelatingsvoorwaarden voor gezinshereniging aangescherpt. Zowel de gezinshereniger als de aanvrager moeten voldoen aan bindende (pre)inburgeringsvoorwaarden. De inkomensgrens wordt verhoogd naar 110% van het GMMI (gewaarborgd minimum maandinkomen). Deze grens wordt per persoon verhoogd met nog eens 10%. Vandaag wordt dit op basis van het leefloon berekend (minstens 120% van het leefloon tarief “persoon met een gezin ten laste”). Er zullen ook wachttermijnen van één tot twee jaar ingevoerd worden voordat gezinshereniging wordt toegestaan, met uitzonderingen voor hooggeschoolde studie- en arbeidsmigranten. Opvallend hierbij is dat er geen uitzondering is voorzien voor arbeidsmigranten in een knelpuntberoep of “overige categorie”.
Conclusie
Samengevat brengt het regeerakkoord een reeks maatregelen met zich mee die (arbeids)migratie ingrijpend kunnen beïnvloeden. Omdat deze nog moeten worden omgezet in wetgeving, is het afwachten hoe ze in de praktijk vorm zullen krijgen. Het is daarom aangewezen om de wetgevende ontwikkelingen op dit vlak nauwgezet te blijven volgen.
To be continued…

An-Julie Van Dyck
Advocaat